Museum
Het Museum (1)
22-nov-2008
In het godsdienstonderwijs heeft zelfbevraging en zelfkritiek altijd een belangrijke rol gespeeld. Voortdurend werd het eigen werk in vraag gesteld, maar van langsom meer werd er ook van buitenaf kritiek gespuid op het godsdienstonderricht. Het mag dus niet verwonderen, dat het vak sterk is geëvolueerd in de laatste 50 jaar. Over de komende weken belichten we kort een bepaalde fase in de 'geschiedenis' van het godsdienstonderricht. En niemand beter om bij te rade te gaan, dan bij de man die zelf een groot deel van zijn leven zowat aan het roer heeft gestaan van het scheepje van het godsdienstonderricht: Professor Jozef Bulckens.
We beginnen na de Tweede Wereldoorlog. De vooroorlogse zekerheden liggen aan diggelen, maar tegelijk is er een nieuw vertrouwen in de (maakbare) toekomst. Techniek en wetenschap nemen een hoge vlucht, wat zich vooral manifesteert in de auto-industrie en de race naar de maan. Overal was de catechismus nog volop in zwang, maar geleidelijk aan nemen de godsdienstleraren afstand van het sterk leerstellig (dogmatisch) karakter van het vak godsdienst op school. In de jaren vijftig kreeg het geloofsonderricht een uitgesproken bijbels en liturgisch profiel. Kerugmatisch of verkondigend onderwijs werd het nieuwe paswoord voor het godsdienstonderricht. Na verloop van tijd stelde men echter vast dat als je in de lessen bij de bijbelse God vertrekt, je moeite hebt om bij de leefwereld van de leerlingen uit te komen. Hoe die kloof gedicht zou worden, zien we de volgende keer.
Het museumfilmpje van de week is het onvergetelijke Jonathan Livingstone Seagull. Zelf moet ik de film ongeveer in 1978 gezien hebben op school, hoewel niet in de godsdienstles. Ik herinner me ook niet dat ik erg onder de indruk was van het verhaal, maar iets van de dromerigheid en het idealisme uit de prent is mij wel bijgebleven. Vandaag heb ik een kopie van de film op DVD, maar ik vind die niet om aan te kijken. Een verbijsterend weerzien, nog erger gemaakt door het al te nadrukkelijk stemgeluid van Neil Diamond, die de soundtrack voor zijn rekening nam. De LP(!) ben ik in de jaren '80 nog in meerdere platencollecties tegengekomen, dus ik was niet alleen in mijn verdwazing.
Het Museum (2)
22-nov-2008
In het tweede deel van onze terugblik in de annalen van het godsdienstonderwijs, zijn we al bij het einde van de jaren '60 aangekomen. Opeens is er de jeugd (de jongeren, dus).
Na de 'revolutie' van mei 68 leek het nauwelijks nog mogelijk de jongeren in de klas als belijdende christenen aan te speken. Daarom poogden de leraren ze vooral als vragende en zoekende jonge mensen te benaderen. De auteurs van het Werkboek voor Katechese (HKI, Nijmegen, 1977) wilden daarom uitgaan van de ervaringswereld van jonge mensen om langs die weg het christelijk geloof binnen hun verstaanshorizon te brengen en tot een uitnodiging aan henzelf te maken. De voorstanders van deze 'ervaringscatechese' integreerden ook terecht bepaalde aspecten van de zgn. bevrijdingscatechese zoals die vooral in Latijns- Amerika werden verdedigd. Maar waar voorheen het probleem er in bestond om de link van de bijbel naar de leefwereld van de jongeren te leggen, stelde men nu al snel het omgekeerde vast: de godsdienstleraar die bij de ervaringen van de leerlingen begint, heeft moeite om bij God uit te komen. En als je probeerde om dat toch te doen, dan werd dat al snel doorzien. De wending naar God, kerk en bijbel aan het eind van een thema werd als vreemd ervaren, en dus bleef de godsdienstles ergens hangen tussen hemel en aarde.
Wat er na de ervaringscatechese kwam, zien we een volgende keer.
Het museumfilmpje van deze week is Jesus Christ Superstar, uit 1973. Deze prent, die eigenlijk de verfilming is van een musical, geeft goed de tijdsgeest weer van de 'Kerk: neen, Jezus: Ja'-generatie. Ik heb wel getwijfeld of ik niet zou kiezen voor Il Vangelo Secondo Matteo van Pasolini uit 1964 (fragment, bespreking) of de TV-film Jezus van Nazareth van Zeffirelli, die niet eens zo verschrikkelijk oud is: uit 1977 (fragment).
Het Museum (3)
22-nov-2008
Waar waren we ook alweer gebleven? O ja: de ervaringscatechese bleek in de praktijk vaak iets weg te hebben van een EO TV-programma: een hele tijd gaat het over heel gewone dingen, waar iedereen zich in herkent en die best ook interessant kunnen zijn, maar dan wordt er plots ergens een knop omgedraaid en kom je toch weer uit bij Jezus en de kerk. Professor Bulckens vertelt hoe we daar een mouw aan gepast hebben:
In de 'wederzijds-kritische correlatiedidactiek' meende men een uitweg te vinden. Richtinggevend was het boek van Georg Baudier: Korrelationsdidaktik: Leben durch Glauben erschlieszen (1984). Langs deze nieuwe godsdienstdidactische leerweg trachtte men het godsgeloof zo ter sprake te brengen dat leerlingen het zinvol en relevant zouden kunnen vinden. De leraar hoopte een wederzijds-kritische correlatie (of beter uitgedrukt 'interrelatie') in de klasgroep tot stand te brengen tussen christelijke geloofservaringen en eigentijdse werkelijkheidservaringen te midden van een grondig gewijzigde realiteit van wereld en kerk.
Na die nieuwe hoopvolle impuls stelde men echter vast dat de correlatiedidactiek geleidelijk minder vat kreeg op het permanent veranderend gevoels- en denkkader van de multiculturele en multireligieuze context waarin de leerlingen opgroeiden. De leraar stond voor de vraag hoe aan leerlingen gelovig over God spreken, terwijl God in maatschappij en gezin opzij wordt geschoven en niet meer 'vanzelfsprekend' overkomt. Zijn God en wereld vandaag geen 'vreemden' voor elkaar geworden? De correlatiemethode heeft zeker haar verdiensten gehad en dient niet helemaal terzijde geschoven te worden. Maar ze dient wel herdacht en aangevuld te worden. Hoe dat zou gebeuren zien we in de volgende - en tevens laatste - Museum-aflevering.
In ons museumfilmpje een fragment uit de speelfilm Romero, over de El Salvadoraanse aartsbisschop Oscar Romero uit 1989. Op 2 februari 1980 kreeg hij nog een eredoctoraat van de Katholieke Universiteit Leuven en op 24 maart wordt hij in een kapel, waar hij een mis opdroeg, op last van de junta doodgeschoten omwille van zijn kritiek op het regime.
Het Museum (4)
22-nov-2008
In ons overzichtje van de evolutie van het
godsdienstonderwijs in Vlaanderen, hebben we
inmiddels het einde van de 20e eeuw bereikt. De
situatie in het werkveld is drastisch veranderd in
een paar decennia. Professor Bulckens spreekt over
een plurale levensbeschouwelijke en
multireligieuze context. Of die typering
accuraat is, werd door Herman de Dijn enigszins in
twijfel getrokken. Het gaat volgens hem eerder om een
context die aan godsdienst een minder prominente
plaats toebedeelt.
Hoedanook: eind 20ste - begin 21ste eeuw wordt er een nieuw godsdienstdidactisch paradigma ontworpen. Het kreeg de naam 'hermeneutisch-communicatief en interreligieus model': Jongeren zelf dienen vandaag met hun sterk uiteenlopend aanvoelen en interpretatie van de (multireligieuze) werkelijkheid nauwer bij de lesthema's betrokken te worden. Doorgedreven aandacht voor een verbrede opvatting van de hermeneutiek die rekening houdt met meerdere interpretatiemogelijkheden van de werkelijkheid en brede aandacht voor de communicatiestructuren van de klasgroep, waarin de leerlingen zelf geregeld aan het woord komen, werden de nieuwe pedagogische en didactische opties voor het vak godsdienst. Het nieuwe leerplan vraagt van de docent dat zij in dit gebeuren drie rollen afwisselt: je moet getuige zijn van de eigen religieuze overtuiging; daarnaast moet je in het communicatieve proces modereren en ten slotte moet je als vakspecialist ook deskundig kunnen informeren.
Intussen is het internet er gekomen en met Thomas heeft het vak R.-K. godsdienst een uitgebreid en inhoudelijk sterk uitgebouwd platform gekregen.
Ook de traditionele leermiddelen werden vernieuwd. We hebben nu de keuze uit een paar voortreffelijke bronnenboeken en werkboeken. En via Godsdienstig wisselen leerkrachten hun zelf samengestelde materiaal met elkaar uit.
Waar je vroeger hier en daar een interessante impuls kon sprokkelen, word je vandaag als het ware bedolven onder een lawine van interessante impulsen. Het komt er dan op aan goed te selecteren en het overzicht te bewaren.
Daarmee zijn we klaar met ons overzicht van de prehistorie van het godsdienstonderwijs. Heel veel items zijn niet aan bod gekomen: het pausbezoek, de Dutroux-affaire met de witte marsen, de heisa die er even was rond een 'omstreden' prentje in de Roeach-reeks... het werd allemaal niet eens vermeld. Maar in grote lijnen is toch een idee ontstaan van waar we vandaan komen en waar we nu staan.
Het museumfilmpje van deze aflevering is er geen. Maar op de een of andere manier zou ons museum niet compleet zijn, zonder de man op de foto: Paul Jambers. In de jaren '90 waren zijn portretten van niet-zo-gewone landgenoten elke keer weer voer voor nabespreking in de lerarenkamer en ook in de klas. De meest spraakmakende reportage van Jambers was ongetwijfeld de Panorama-uitzending van 6 maart 1987 over dure merkkleding.
Die Millet-jassen uitzending werd toen heel druk besproken en de discussie werd ook in de les gevoerd. Jambers maakte van een trend die velen absoluut wilden volgen in één klap iets dat absoluut not done was. En nadien werden de Jambers-reportages druk getapet, want voor velen was een pittige discussie over het onderwerp dat Paul Jambers uitkoos, mogelijk een geschikt onderwerp voor een onderwijsleergesprek.
Hoedanook: eind 20ste - begin 21ste eeuw wordt er een nieuw godsdienstdidactisch paradigma ontworpen. Het kreeg de naam 'hermeneutisch-communicatief en interreligieus model': Jongeren zelf dienen vandaag met hun sterk uiteenlopend aanvoelen en interpretatie van de (multireligieuze) werkelijkheid nauwer bij de lesthema's betrokken te worden. Doorgedreven aandacht voor een verbrede opvatting van de hermeneutiek die rekening houdt met meerdere interpretatiemogelijkheden van de werkelijkheid en brede aandacht voor de communicatiestructuren van de klasgroep, waarin de leerlingen zelf geregeld aan het woord komen, werden de nieuwe pedagogische en didactische opties voor het vak godsdienst. Het nieuwe leerplan vraagt van de docent dat zij in dit gebeuren drie rollen afwisselt: je moet getuige zijn van de eigen religieuze overtuiging; daarnaast moet je in het communicatieve proces modereren en ten slotte moet je als vakspecialist ook deskundig kunnen informeren.
Intussen is het internet er gekomen en met Thomas heeft het vak R.-K. godsdienst een uitgebreid en inhoudelijk sterk uitgebouwd platform gekregen.
Ook de traditionele leermiddelen werden vernieuwd. We hebben nu de keuze uit een paar voortreffelijke bronnenboeken en werkboeken. En via Godsdienstig wisselen leerkrachten hun zelf samengestelde materiaal met elkaar uit.
Waar je vroeger hier en daar een interessante impuls kon sprokkelen, word je vandaag als het ware bedolven onder een lawine van interessante impulsen. Het komt er dan op aan goed te selecteren en het overzicht te bewaren.
Daarmee zijn we klaar met ons overzicht van de prehistorie van het godsdienstonderwijs. Heel veel items zijn niet aan bod gekomen: het pausbezoek, de Dutroux-affaire met de witte marsen, de heisa die er even was rond een 'omstreden' prentje in de Roeach-reeks... het werd allemaal niet eens vermeld. Maar in grote lijnen is toch een idee ontstaan van waar we vandaan komen en waar we nu staan.
Het museumfilmpje van deze aflevering is er geen. Maar op de een of andere manier zou ons museum niet compleet zijn, zonder de man op de foto: Paul Jambers. In de jaren '90 waren zijn portretten van niet-zo-gewone landgenoten elke keer weer voer voor nabespreking in de lerarenkamer en ook in de klas. De meest spraakmakende reportage van Jambers was ongetwijfeld de Panorama-uitzending van 6 maart 1987 over dure merkkleding.
Die Millet-jassen uitzending werd toen heel druk besproken en de discussie werd ook in de les gevoerd. Jambers maakte van een trend die velen absoluut wilden volgen in één klap iets dat absoluut not done was. En nadien werden de Jambers-reportages druk getapet, want voor velen was een pittige discussie over het onderwerp dat Paul Jambers uitkoos, mogelijk een geschikt onderwerp voor een onderwijsleergesprek.