Ethische visies
0 Inleiding
Er zijn verschillende 'groepen' ethsche visies:
0.1 Je kan bij het beoordelen van een daad of keuze, afgaan op de verwachte gevolgen ervan. Ethische systemen die dat doen, noemt men gevolgenethiek (of consequentionele ethiek). Het criterium om een daad of keuze te beoordelen, is dan het concrete gevolg ervan.
0.2 Je kan ook kijken naar de morele principes of de waarden die in het geding zijn. Een ethiek, waarbij je vooraf nagaat welke waarde(n) gerealiseerd of gevrijwaard dienen te worden, noemen we beginselethiek.
0.3 Een variant op beide voorgaande modellen kijkt vooral naar de handeling zelf. Bepaalde handelingen zijn altijd fout. Dat wordt beschreven in een deontologische code. Een bekend voorbeeld is de medische deontologie, waarover we het al hadden.
04. Dan zijn er nog andere ethische modellen, die vooral naar de ingesteldheid of houding van de persoon kijken. Dan spreekt men meestal van deugdenethiek. Daarbij gaat men er van uit, dat iemand die deugdzaam is, ook goed zal handelen.
In dit onderdeel van de cursus bekijken we dus verschillende ethische modellen (of systemen). Maar eerst klaren we uit wat we bedoelen met een ethische visie. Daarna onderzoeken we de relatie tussen ethiek en levensbeschouwing. En pas daarna behandelen we de verschillende ethische visies (of modellen).
1 Optiek en visie
a je bent een wandelaar en je loopt intussen al drie uur in de hete zon.
b je bent een vogeltje in de lente
c je bent een houthakker
d je bent een dichter
e je bent een eekhoorntje in de herfst
f je bent een projectontwikkelaar
In de verschillende perspectieven verschijnt de eik op een steeds andere manier. Zo kan de boom eerder esthetisch bekeken worden, of ook economisch. Of vanuit een behoefte aan comfort, voedsel, enz. Het ethische perspectief heeft oog voor de normen en waarden. Dat blijkt uit het volgende voorbeeld:
Marianne wil naar de repetitie. Het achterlicht van haar fiets is stuk en als de repetitie straks gedaan is, is het aardedonker. De politie controleert de laatste tijd vaak fietsen en brommers. Een bon zet haar 25 euro achteruit. Te voet gaan kost haar een uur extra en ze komt te laat aan. Op de onverlichte weg rijden zonder licht is onveiliger.
Bekijk deze situatie:
a technisch
b financieel
c moreel
Uit het voorbeeld mag blijken, dat het morele perspectief een eigen invalshoek is.
2 Ethiek en levensbeschouwing
2.1 Alle levensbeschouwingen hebben bepaalde waarden en normen, die voor de aanhangers van die levensbeschouwingen gemeenschappelijk zijn. Deze waarden en normen worden vermeld in gezaghebbende geschriften. De bijbel is zo'n verzameling. Een voorbeeld:
Na de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging merkt de evangelist Marcus op, dat er nog veel broodresten en vis over blijven. Die restjes worden in manden opgehaald:
[42] Allemaal hadden ze volop te eten. [43] Ze haalden twaalf korven vol brokken op, en ook wat van de vis over was.
Dit detail in de bijbeltekst wordt in de regel voor de kloosterlingen soms gebruikt, om zorgvuldigheid en soberheid als belangrijke waarden voorop te stellen.
In dit geval is de bijbeltekst de inspiratiebron voor een morele regel en een waarde. Soms gebeurt het ook, dat een bijbelse tekst letterlijk wordt genomen. Levensbeschouwingen gaan dus soms heel strikt (fundamentalistisch?) met hun basisteksten om, maar vaak ook wat losser. In dat geval wordt enkel een bepaalde richting aan de tekst ontleend.
2.2 In nagenoeg alle levensbeschouwingen en geloven vind je de regel van wederkerigheid (of reciprociteit) terug. Deze regel staat bekend als de Gulden regel.
Media: Het eerste deel van de speelfilm 'Spring, summer, fall, winter ... and spring' van Kim Ki-Duk.
• Voor de handeling is er het motief: waarom wordt een bepaalde handeling gesteld? Wat is de bedoeling of ook: welke waarde wil men realiseren? Het is hier dat de beginselethiek vooral belang aan hecht. (Zie verder).
• Er is de handeling zelf. In de deontologische ethiek ligt hier het zwaartepunt. (Zie verder).
• Er is ook de persoon de handeling stelt. In de deugdenethiek gaat de aandacht naar de persoonskenmerken. (Zie verder).
• En dan zijn er de gevolgen van het handelen. Naast de verwachte gevolgen kunnen er ook onverwachte gevolgen zijn, bijvoorbeeld op langere termijn.
3 Beginselethiek
Bij beginselethiek is het criterium voor het beoordelen van een daad of keuze het beginsel of principe, waarop de keuze of handeling steunt. De vraag is dus vooral: 'wat wil men bereiken? Wat is het motief of de motieven van de handeling of keuze? Je kan dus zeggen dat men in de beginselethiek vooral kijkt naar wat aan de handeling voorafgaat. Men zal nagaan welke principes (of beginselen) er gelden. Een van de belangrijkse principes is dat van de menselijke waardigheid. Mensen worden geacht anderen in hun mens-zijn te respecteren. Met name de mensenrechten gaan uit van dit pricipe. De filosoof die voor het eerst op het belang van de menselijke waardigheid wees, was Immanuel Kant. Hij was een van de belangrijkste denkers van de Verlichting. Zijn ethische visie bekijken we van naderbij. Naast de menselijke waardigheid zijn zijn er nog andere principes die in onze samenleving door (bijna) iedereen belangrijk worden geacht:
- het recht op zelfbeschikking
- de gelijkwaardigheid van alle mensen
- eerbied voor het leven
3.1 Kant maakt een onderscheid tussen twee drijfveren voor het handelen: handelen uit neiging en handelen uit plichtsbesef:
Als mensen iets doen om er voordeel uit te halen voor zichzelf, dan handelen zij uit neiging. Deze handelingen zijn voor Kant moreel neutraal.
Als mensen iets doen, omdat zijn daartoe verplicht zijn, dan is dat handelen moreel goed. Dit wordt echter gemakkelijk verkeerd begrepen. Kant bedoelt hiermee niet het handelen dat gebeurt onder dwang. Voor Kant is een daad immers pas 'goed' te noemen, als hij verricht wordt in vrijheid. Een handeling onder dwang is moreel neutraal. 'Plicht' is dan een ethische oproep, waarop het subject in vrijheid 'ja' kan zeggen. Als hij of zij dat doet, dan doet hij of zij het goede.
4 Gevolgethiek
In deze groep van ethische systemen zijn de (vewachte) gevolgen van de keuze of de handeling, het criterium waarop beoordeeld wordt. Hoe beter de gevolgen zijn, hoe beter de keuze of handeling is. Vergeleken met de beginselethiek, is de gevolgethiek dus veel meer concreet: je kan veel gevallen ook echt meten hoe goed de resultaten zijn. Dat is meteen ook het sterke punt van gevolgethiek: kwantificeerbaarheid. Het hedonisme is een klassiek voorbeeld van gevolgethiek, omdat het in deze levensbeschouwing gaat over het maximaliseren van het genot. (ᾑδονή : Grieks: genot). Een hedonist zal bij het nastreven van genot overigens met overleg te werk moeten gaan. Als hij bijvoorbeeld te veel eet of drinkt, dan is op korte termijn het genot wellicht groot, maar hij moet dan ook rekenen op een stevige kater en zijn gezondheid zal er met die levensstijl ook niet beter op worden. Het hedonisme zal dus in de praktijk ook een zekere matigheid voorstaan. Maar het doel is toch het maximaliseren van genot.
Het hedonisme lijkt dus toch op een individualistische ethiek. Er zijn echter ook sociale vormen van gevolgethiek ontwikkeld, met name door Jeremy Bentham en John Stuart Mill. Hun theorieën vallen onder de noemer van het utilitarisme. De Amerikaanse samenleving is hier sterk door beïnvloed.
Jeremy Bentham vond dat het nut van iets kon worden berekend (kwantificeren). Daarbij hield hij ook rekening met de duur van het nuttige effect van een keuze. Voor hem moest het nut voor zo veel mogelijk mensen worden gemaximaliseerd. Hoe meer (nut), hoe beter!
Voor John Stuart Mill volstond die kwantitatieve benadering niet. 'Méér' is niet altijd beter. Sommige mensen hebben meer nood aan verfijndere dingen. Hij koos daarom voor een kwalitatieve benadering. Hier ligt ook meteen het zwakke punt van zijn visie: het wordt opnieuw subjectief: wat de een nuttig of aangenaam vindt, is dat niet noodzakelijk voor een ander. (Zie ook bij Rawls)