Epicurus over geluk
Epicurus (341-270vC) stond bekend als een ‘tuin’-filosoof omdat hij niet participeerde aan het politieke debat op de agora, zoals Socrates deed, maar teruggetrokken leefde en leerde in zijn privé-tuin in Athene.
Naast zijn bekende ideeën over het genot, was Epicurus er ook in geïnteresseerd om zijn medemensen te bevrijden van angst. Hij vond dat religieuze ideeën en de afkeer voor de dood twee belangrijke bronnen van angst zijn. Die twee bronnen van angst waren trouwens met elkaar verbonden, omdat de godsdienst de gedachte aanmoedigde dat de doden ongelukkig waren.
Maar Epicurus twijfelde niet aan het bestaan van de goden, hoewel zijn ideeën over de goden controversieel waren, omdat hij meende dat de goden helemaal geen belangstelling hadden voor het leven op aarde. In zijn voorstelling waren de goden redelijke hedonisten die het veel te druk hadden met hun eigen gematigde genieten dan dat ze achter de mensen aan zouden zitten of hen zouden willen straffen.
Epicurus zei dat de dood ons niet bang moet maken, omdat we niets meer voelen als we eenmaal dood zijn. ‘De dood betekent niets voor ons,’ zei hij, ‘want het dode lichaam kent geen gevoel, en wat geen gevoel heeft, betekent voor ons niets’.
Zijn filosofie leek te werken. In een brief die hij op zijn sterfdag schreef, heeft Epicurus het over ‘de ziekten van zijn blaas en zijn maag’, maar in plaats van uit te wijden over die ongemakken, herinnert hij zich met ‘vreugde in zijn hart’ de gesprekken met de bestemmeling van de brief. Hoewel hij zich ‘op de drempel van de dood’ bevond, noemt Epicurus die laatste dag een ‘waarlijk gelukkige dag’. Op die manier leert Epicurus ons niet bang te zijn voor het onafwendbare.
Hoewel al de geschriften van Epicurus verloren gingen, gaf hij zijn naam aan een filosofische school, het epicurisme, dat nog honderden jaren zou blijven bestaan tot het door het christendom in de verdrukking kwam. Onder het motto: ‘cultiveer je tuin’, trokken epicuristen zich terug uit de wereld van de politiek om persoonlijk genot na te streven en kozen ze bewust voor vriendschap, vrijheid en het rustige leven (met tijd voor beschouwing) in plaats van de opwinding van een meer ambitieus leven.
Er is ook een duidelijke invloed van het epicurisme op het bohemianisme.