Eichmann

Is het kwaad banaal, of is het monsterachtig?

In zijn bijdrage schetst professor Pollefeyt drie gangbare verklaringen voor het onvoorstelbare kwaad dat in de Nazi concentratiekampen is aangericht. In grote lijnen zijn dat er drie:
1 De daden waren monsterachtig en dus niet menselijk. (Demonisering) Het is het werk van onmensen en het is ondenkbaar dat dit zich ooit zou kunnen herhalen. Deze visie is erg geruststellend. Eigenlijk bedoel je, dat deze daden niet van deze wereld zijn. Het lijkt dan alsof deze dingen in een soort aquarium zijn gebeurd.
2 De joodse filosofe Hannah Arendt nam in haar verslaggeving van het proces van Adolf Eichmann precies de omgekeerde stelling in. Zij wees juist op het banale karakter van het kwaad. Voor haar was het duidelijk dat de daders gewone mensen waren, die blijkbaar 'gewone' dingen deden, bijvoorbeeld uit gehoorzaamheid aan het gezag. Voor die visie kreeg Arendt bakken kritiek over zich, vooral van joodse mensen die dit maar moeilijk konden aanvaarden.
3 Een derde verklaringsmodel wijst er op dat de daders het goed voor hadden. Eigenlijk wilden zij met hun misdaden het goede doen. Je kan dit 'ethisering' noemen, al is dat een wat ongelukkig gekozen term. De daders meenden dan dat zij handelden voor hun vaderland, of misschien voor het nageslacht. Dit is een beklemmende gedachte, omdat het kwaad hier wordt voorgesteld als het goede. Dat kan alleen als er ook zelfbedrog mee gemoeid is.
Vervolgens wijst de auteur op drie heel menselijke eigenschappen, die samen wellcht een betere en eerlijkere verklaring van de gruwel van de holocaust opleveren:
a Fragmentatie: de daders splisten zich op in verschillende deelpersoonlijkheden. De ene deelpersoonlijkheid voerde de misdaden uit, maar de andere was bijvoorbeeld een liefhebbende echtgenoot en vader. In dit verband is het interessant dat ook de slachtoffers van gruweldaden fragmenteren: zij ervaren dan de pijn en de vernedering in de ene deelpersoonlijkheid, maar laten de andere ongemoeid.
b Depersonalisatie. De gruwelen zijn alleen denkbaar, als de dader in zijn slachtoffer geen mens meer wil zien, maar een dossier, een 'probleem' of een nummer.
c Machtswellust. Het uitoefenen van macht levert de dader een zeker genoegen op. Hij kan zich laten gelden als de baas. Die gevoelens kan men op een ongezonde manier cultiveren, wat een (deel-)verklaring kan zijn voor de gruweldaden.
De misdaden die in oorlogstijd telkens weer gebeuren zijn met een combinatie van deze psychologische mechanismen te verklaren. Het is in ieder geval zo, dat bijvoorbeeld de gebeurtenissen in de Abu Ghraib gevangenis in Irak, opnieuw aantonen dat mensen ook vandaag nog in staat zijn tot het stellen van onmenselijke daden.