Heren alstublieft is een documentaire film over Paul, een semi-professionele wielrenner met een wat ongebruikelijke bijberoep: Paul is drager bij 'De Helpende Hand'
Camera Maasja Ooms
Geluid Ludo Keeris
Montage Jessica Gorter
Regie Saskia Gubbels
DVD 121(?)
heren1

Heren, alstublieft!

Paul is 21 jaar en is sinds kort medewerker van de dragersvereniging ‘De Helpende Hand’ in Scheveningen.
De vereniging levert mensen die grafkisten dragen bij begrafenissen. Er werken veel jongeren die om verschillende redenen dit werk doen. Paul heeft een bijzondere reden. Hij zocht een manier om zichzelf met de dood te confronteren. Enige tijd geleden is zijn vriendin overleden en had hij zelf een ‘bijna-dood’ ervaring. Hij werd steeds banger voor de dood en zocht een manier om van die angst af te komen. Net als de spelers van een voetbalteam vlak voor een uitwedstrijd verzamelen de ‘heren’ zich een paar keer per week in een grote loods om zich te hullen in zwarte pakken, hoge hoeden en handschoenen. Van daaruit rijden ze in een oude, roestige bus naar de begraafplaats. Dan is het wachten op de lijkwagen met de overledene. Vervolgens brengen zij de kist naar de aula, bloemen erop en wachten. Als de dienst voorbij is, dragen zij de kist naar het graf en rijden met het busje terug naar de loods. Hun werk zit er op.
De eerste keer dat Paul met een kist liep, was een waarlijke beproeving; eigenlijk wilde hij weglopen. Thuis gekomen was hij helemaal overstuur. Na het werk gaat hij douchen om vervolgens zijn racefiets te pakken en hard te gaan trainen. Vaak schrijft hij zijn ervaringen van een werkdag op, om zo zijn angst voor de dood beter te begrijpen.

Interview met Saskia Gubbels
In de documentaire ‘Heren alstublieft!’ vertelt Saskia Gubbels het verhaal van de 21-jarige Paul. Hij werkt als drager van grafkisten bij de vereniging ‘de Helpende Hand’. Dit werk doet hij om de dood van zijn tante, met wie hij een innige band had, te verwerken. Paul beschouwt het beroep als drager bij de ‘Helpende Hand’ als zijn roeping, hij wil graag verder gaan in de uitvaartzorg. Bij de vereniging werken nog meer jongeren. Zij zien het dragerswerk in tegenstelling tot Paul als een goed betaald bijbaantje naast hun studie.
Waarom heb je een documentaire gemaakt over jongeren die bij een begrafenisonderneming werken?
Saskia Gubbels: Ik ben kort geleden afgestudeerd aan de kunstacademie in Breda. Voor mijn eindexamen heb ik een film gemaakt over een uitvaartonderneming in Rotterdam. Een kennis van mij ging een opleiding volgen als uitvaartleider. Dat intrigeerde mij. Je leert dan hoe je mensen moet afleggen en hoe je de bloemen schikt op het graf. Ik wilde te weten komen hoe uitvaartleiders eigenlijk over de dood dachten. Tijdens het filmen merkte ik dat ze daar heel afstandelijk tegenover stonden. Het is toch een zakelijke bedoeling zo’n begrafenisonderneming. In Rotterdam houden de uitvaartleiders zich met verschillende activiteiten bezig, ze besturen de begrafenisauto, baren de doden op en dragen de kist naar het graf. Voor dit werk wordt je uitgebreid getest of je wel geschikt bent. Als je het werk niet kan loslaten en er ook ‘s nachts over droomt, moet je er meteen mee ophouden. Je moet in dit vak juist heel nuchter zijn.
Naar aanleiding van deze film heb ik de documentaire ‘Heren alstublieft’ gemaakt. Ik was benieuwd of er ook jongeren bij een begrafenisonderneming werken en waarom zij dat werk doen. Ik kwam terecht bij de ‘Helpende Hand’ in Den Haag, waar jongeren als oproepkracht werken. Het verwonderde mij dat je op die leeftijd voor dit werk kiest. Voor jongeren is de dood immers minder nabij dan voor ouderen.
Welke inhoudelijke keuzes heb je gemaakt?
Dit onderwerp is zo prachtig in beeld te brengen. In principe zijn beelden al voldoende, maar het ging om het verhaal van Paul. Ik moest er dus voor kiezen om de mooie plaatjes van de jongens in hun zwarte rouwkleding achterwege te laten. Ik heb wel gefilmd hoe ze in een loods verzamelen als een soort voetbalteam. Daar kleden ze zich om en gaan vervolgens met een busje naar de begraafplaats waar ze wachten op de lijkwagen. Dan begeleiden ze de begrafenisstoet naar de kerk, wachten tot de dienst voorbij is en dragen de overledene naar zijn of haar laatste rustplaats. Tussen de bedrijven door moeten ze vaak lange tijd wachten. Om de tijd te doden, gaan ze in hun zwarte pak een patatje eten in de snackbar.
De documentaire draait in de eerste plaats om Paul. Naast zijn werk als drager is hij ook semi-professioneel wielrenner. Paul heeft de dood wel in zijn directe omgeving meegemaakt. Op 13-jarige leeftijd verloor hij een vriendinnetje die hij ook opgebaard zag. Een paar jaar later overleed een goede schoolvriend van hem. De meest emotionele ervaring was het overlijden van zijn lievelingstante. Zij stierf na een lang ziekbed. Paul had een sterke band met haar; ze rookten samen stiekem sigaretjes. Paul heeft een week aan haar sterfbed gezeten. Hij heeft ook met haar de kleren uitgezocht die ze dragen wilde in haar graf. Haar dood liet hem niet los. Daar kwam nog bij dat hij ook minder goed presteerde op de fiets. Hij werd door de ploeg ontslagen. Toen ging hij nadenken waarom het slecht ging en zocht een manier om het overlijden van zijn tante te verwerken. Hij voelt zich erg bij het dragerswerk in het uitvaartcentrum betrokken. Het wielrennen heeft hij weer opgepakt en kan dit goed combineren met zijn werk als drager. Hij krijgt vaak negatieve reacties op het soort werk. Mensen vinden het vies en eng. Maar Paul vindt de dood niet eng. Als hij later kinderen heeft, voedt hij ze ook op met het besef dat sterven niet iets vreemds of engs is, maar dat het gewoon bij het leven hoort.
Wat zijn jouw ervaringen tijdens het filmen?
Ik vond het vreemd om het werk van uitvaartbegeleiders te filmen. Je maakt het van dichtbij mee. Wat mij erg trof, was dat zij zo afstandelijk met de doden omsprongen. Veel materiaal heb ik in de eindmontage niet gebruikt, daarvoor is het onderwerp te gevoelig, te ethisch. De crew heb ik vlak voor de opnamen gevraagd eerst een kijkje te nemen. Ze moesten wel tegen de morbide sfeer kunnen. Zo is de geur van een overledene heel indringend. Daar wen je eigenlijk niet aan. Die lucht zal me altijd bijblijven.
Eén scène sprong er echt uit. Ik wilde graag filmen hoe de dragers de kist op hun schouders naar het graf toe dragen. Wanneer er een nieuwkomer bijkwam, moesten ze weer goed oefenen hoe ze de kist moesten optillen en welke voet ze het eerst moesten verplaatsen. Zo leerden ze gelijk op te lopen. Dit heb ik ook gefilmd. De jongens werden daarin getraind, zij moesten het steeds overdoen omdat het niet regelmatig ging. De trainer was tijdens de opnamen erg streng voor de jongens, drilde ze als een militair.
Dat vind ik het mooie aan het maken van documentaires, als je iets extra’s krijgt van iemand wat je niet van tevoren bedacht hebt