Stills
Kortfilm
Nederland, 1992
Duur 35’
Regie Mijke De Jong




Wat ik bemin
Jotie T’Hooft

Er woont nu een marter in mijn hart,
Die kleine spier die ziekte doorstond
En verrukking, genezing en smart
En waarmee ik zal verderleven, liefhebben
En scheppen. Want de mens is rond.

Eens splijt zijn kern, een kei
Rolt plotseling door de pas
En alles is verbrijzeld en bevroren.
Zij het november, zij het mei,
In gistend fruit vormt zich een gas
En kleine dieren knagen aan het koren.

Dat heb ik geleerd. Nog ben ik jong
Maar ik ben oud. Al wat ik ben
Verschrompelt vlug, wat ik bemin
Bestaat, hoewel ik het verzin
En door mijn woorden waadt het einde
Nader, duidelijker dan het begin.




Stills

Stills

In de korte film ‘Stills’ krijgen we Theo te zien, tijdens het half jaar voor zijn dood. De beelden tonen een milieu waar op zichzelf niets mee mis is. Iedereen heeft het druk, dat wel. Het is de grote stad, je krijgt een indruk van het wat chaotische studentenleven. We zien het leven van jongeren waarvan er een aantal ambities heeft om kunstenaar of musikant te worden. Vriendin Ellen is bezig met een eindexamenexpositie op de Rietveld Academie.
Theo is ogenschijnlijk een van hen. Met hem gaat het misschien iets minder maar echt verontrust is niemand over hem. Niemand weet dat hij zelfmoord gaat plegen en iedereen is op zijn eigen manier bot, en nu en dan ook wel behulpzaam. Theo geeft minieme signalen af waar je op in kunt gaan, maar die je even gemakkelijk kunt negeren. Met iedereen heeft hij een ander contact en zo leren we hem op verschillende manieren kennen.
Langzaam maar zeker wordt duidelijk hoe het mogelijk is dat iemand in een huis vol mensen, in een stad vol mensen, zelfmoord pleegt, zonder dat er bij iemand een alarmbel is afgegaan.

Verdere analyse van de film en het hoofdpersonage Theo

Jotie T'Hooft - Theo sterft met het gedicht ‘Wat ik bemin’ van Jotie T’Hooft in zijn handen. Het gedicht wordt ook gedeeltelijk voorgedragen in de film. Theo geeft zijn omgeving niet alleen een visuele afscheidsboodschap mee (de fotocollage met korte aantekeningen op de muur van zijn kamer), maar ook een literaire. Jotie T’Hooft maakte in de nacht van 5 op 6 oktober 1977 een einde aan zijn leven door middel van een overdosis heroïne. Hij was toen toen 21. In die nacht schreef Jotie T’Hooft nog een aantal gedichten, bij wijze van afscheid. De dood speelt echter ook in vele andere gedichten een belangrijke rol.

De figuur van Theo - Theo is een wat vreemde vogel. Hij is erg vlot in de omgang (‘jij gaat zo gemakkelijk met mensen om’ zegt zijn vriend) en heeft veel vrienden. Maar hij zit vaak ook diep in de put. Hij zegt dan zelf ‘dat hij niets meer voelt’. In zijn relaties komt het telkens opnieuw tot botsingen en conflicten. Na zijn dood hoor je de huisgenoten van Theo dan ook zeggen dat zij het eigenlijk wel geweten hadden. De openingsscène van de film, die eigenlijk ook het slot is, is in dat verband veelzeggend: in het busje heerst een pijnlijke stilte. Maar in de woorden die de ‘stills’ begeleiden, hoor je de reacties. Die zijn erg verschillend, maar niemand oordeelt.


Zelfdoding

Na het kijken van de film kan je jezelf een paar vragen stellen. Had je zelf in de gaten dat er wat mis loopt met Theo? Welke signalen heb je opgemerkt? Weet je bijvoorbeeld wat Theo bezighoudt? Wat zijn zijn hobby’s? (trompet spelen, maar ook koken en zeilen!). Heb je aangevoeld dat het einde van dit academiejaar een crisis is die hij niet gemakkelijk verwerkt? Misschien is dit wel de boodschap van de film: als mensen vooral aandacht hebben voor zichzelf en naast elkaar doorleven, staan de zwaksten ook vaak alleen. In dit verhaal zijn de meeste studenten vooral bezig met de eigen toekomstplannen. Ze hebben onvoldoende in de gaten dat Theo de scheiding erg zwaar vindt. Die depressie wordt zijn dood. Hij blijft als laatste achter, met om zich heen het enige dat hij nog heeft van zijn omgeving: stille polaroids. En geen energie meer om de volgende stap te zetten.

Preventie - De dood is in al zijn afschuwelijkheid vaak toch ook een beetje aantrekkelijk. Iedereen is er in gedachten wel eens mee bezig: ‘Zou het niet veel beter zijn, indien...’. Het is belangrijk om die gevoelens met de nodige zin voor relativiteit toe te laten, maar ze niet te gaan cultiveren. Het is ook niet goed om er erg lang mee rond te lopen. Iemand die (vaak) diep in de put zit, is meestal niet erg populair. Dat zag je eigenlijk ook een beetje bij Theo. Als je zelf niemand (meer) hebt om je gevoelens mee te delen, dan moet je bellen met een anonieme medewerker van Tele-onthaal, de Jongerentelefoon of de Dienst voor Zelfmoordpreventie. De nummers vind je in elk telefoonboek. Is er in je omgeving iemand bij wie je vermoedt dat hij of zij met plannen voor zelfdoding bezig is, dan moet je dat niet verzwijgen omdat je misschien bang bent om erover te beginnen. Het is altijd beter om over je ongerustheid te spreken. Ongerustheid is nooit misplaatst of belachelijk.


Vragen en opdrachten

•ST01a Hoe lang loopt Theo al rond met zijn plannen en hoe weet je dat?

•ST01b Heb je zelf de signalen herkend die Theo uitzond voor zijn finale wanhoopsdaad?

•ST01c Waarom komt de zelfdoding van Theo toch als een verrassing?

•ST02 Kan je de keuze die Theo maakt in zijn situatie begrijpen?

•ST03 ‘Iemand die het zegt, die doet het niet’. Is dat zo?

•ST04a Wat zou je zelf doen, als iemand in je omgeving gelijkaardige signalen geeft? Hoe zou je daar op reageren?

•ST04b Veronderstel dat je je zorgen maakt over iemand die in de put zit. Je hebt zorgwekkende signalen opgevangen. Heb je je aangesteld als je je bezorgdheid om die iemand kenbaar hebt gemaakt, en er blijkt dan achteraf toch niet zo veel aan de hand?

•ST04c Veronderstel dat je afscheid neemt van iemand die in de put zit en je maakt je zorgen om die persoon. Wat kan je dan doen, wat kan je vragen of zeggen?

De zelfmoordpiramide

zelfmoordpiramide2

Het is absoluut normaal als je zo nu en dan eens denkt ‘ik wou dat ik er niet meer was’. Heel veel mensen hebben dit soort gedachten. Zorgwekkender wordt het, als die gedachten aan zelfdoding zich ontwikkelen tot een steeds terugkerende wens om dood te zijn. Die wens houdt verband met depressieve gevoelens en daar moet je wat aan proberen te doen. Het is in ieder geval niet goed om lang met een zelfmoordwens rond te lopen. Praat met mensen en zoek hulp voor je problemen. Merk je van iemand anders dat die een zelfmoordwens koestert, probeer die persoon dan zelf te helpen, of zorg dat hij of zij hulp krijgt.
Als iemand met een wens tot zelfdoding concrete stappen onderneemt, kan je spreken van een zelfmoordplan. Hier is direct ingrijpen van het grootste belang. Maar het is niet altijd zo gemakkelijk om vast te stellen of iemand rondloopt met concrete zelfmoordplannen. Vaak krijg je de indruk dat het net beter gaat met die persoon. Dat kan komen, omdat hij of zij een ‘oplossing’ heeft gevonden voor de problemen, en dat dit een beetje troost en rust oplevert. Je ziet dan ook vaak, dat mensen in de omgeving van de betrokkene heel erg geschokt zijn bij een zelmoord(-poging): zij hadden het vaak helemaal niet verwacht.

Vaktaal
In het bovenstaande worden de woorden ‘zelfmoord’ en ‘zelfdoding’ door elkaar gebruikt. ‘Zelfmoord’ houdt een morele veroordeling in van de wanhoopsdaad, en als men dat wil vermijden, gebruikt men ‘zelfdoding’, wat neutraler klinkt. Alleen werkt dat woord niet goed in samenstellingen, zoals ‘zelfdodingspoging’. Dat werkt dus niet. Het sjiekere ‘suicide’ hoor je ook wel eens. Het is het meest neutrale woord.

Cijfers
De zelfmoordcijfers liggen bij ons, in vergelijking met andere landen, vrij hoog. Zoek zelf op het internet hoe het daar mee staat. Maar statistieken zeggen niet zo veel. Ieder geval apart is telkens weer een menselijk drama. Het is dus nooit belachelijk of stom als je je zorgen maakt over iemand van wie je denkt dat die zich te hoog op de zelfmoordpiramide bevindt. Als je je zorgen maakt om jezelf of iemand anders, doe iets. Door niets doen zou je dat je hele verdere leven met je mee kunnen dragen.