
Der er en yndig mand
Kortfilm Der er en yndig mand
Regie Martin Strange-Hansen
Denemarken, 2002
30 min
Deze Deense film; met als Engelse titel 'This Charming Man' gebruikt milde humor om het onderhuidse racisme in de Deense samenleving aan te kaarten. Een wat sullige werkloze Deen doet zich, na een persoonsverwissling, voor als immigrant om in de gunst van een oude kennis te komen.
Werkwijze: Kortfilm met opdrachten als klasactiviteit. In de verwerking achteraf wordt dieper ingegaan op enkele nationalistische symbolen, met name Deense en Vlaamse.
Leerwinst: In deze leseenheid wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende manieren van omgaan met het/de vreemde. Je moet die typologie kennen en kunnen toepassen.
Je leert ook over de achtergrond van Deense en Vlaamse symbolen, waarvan je ontdekt dat de historische achtergrond minder eenduidig is, dan veel mensen denken.
0 Vooraf
•YM01 Heb je wel eens een andere naam willen hebben? Hoe zit dat?
•YM02 Zou je eens (voor een dag of voor langer) het leven van een ander willen hebben?
1 De kortfilm
Komedie met veel misverstanden over de identiteit van Lars Hansen en El Hassan. Wanneer Lars Hansens identiteitsnummer verwisseld is geraakt met dat van een Pakistaanse emigrant genaamd El Hassan komt hij in een Deense taalklas terecht. Lars ziet de juf als de vrouw van zijn leven en hij besluit om voorlopig El Hassan te blijven.
2 Vragen en opdrachten
•YM01 Hoewel het gaat om een korte film, is het toch heel goed mogelijk om de verschillende houdingen tegenover het vreemde in This Charming Man te herkennen. Werk uit.
•YM02a Beschrijf de persoonlijkheidskenmerken van de verschillende personages in de film, en dan meer bepaald hun houding tegenover anderen:
- Lars Hansen
- El Hassan
- Ida
- Pelle
- Medewerkers van het arbeidsbureau
- Telefoniste van het arbeidsbureau
- Barman
- Cursisten van de Deense les
•YM02b (i) Wie was Holger de Deen (Holger Danske)? (ii) Aan de zijde van wie heeft hij gevochten en tegen wie? (iii) Waar is hij geweest en (iv) waarom is hij uiteindelijk naar Denemarken teruggekeerd? (v) Wat deed hij toen hij weer terug was en (vi) komt daar ooit nog een eind aan? Wanneer? (vii) In welk kasteel staat zijn beeld en (viii) wie was de meest bekende bewoner ervan?
•YM03a Al Hassan krijgt en geeft een klap met telkens een Deens symbool. Welke? Wat is daarvan binnen de film de betekenis?
•YM03b Op het plaatje is een aangeklede Vlaamse Leeuw te zien. Wat kan de bedoeling zijn?
Is dit vergezocht? Zie ondermeer deze pagina.
•YM04 Verklaar de titel van de film.
•YM05 Is het vergezocht om een andere identiteit aan te nemen om daarmee de liefde van iemand te winnen, zoals Lars doet, of is dat wel vaker het geval? Bespreek. (70+ wo.)
3 Uitdieping: ik en het 'vreemde'
• Een bezinning op identiteit en alteriteit
1 'Wie ben ik?' - een relationele kijk op (mijn) identiteit.
Wie ik ben, wordt mee bepaald door mijn relatie tot de andere:
voorbeelden: - Vlaming, Belg, man, blanke, vader, leraar, ...
Kruispunt-visie.
Ook de identiteit van de andere wordt door de relatie mee bepaald.
2 Verschillende houdingen tegenover het vreemde:
De Duitse theoloog T. Sundermeier ziet drie modellen in de omgang met het vreemde:
2.1 Het gelijkheidsmodel (assimilatie).
Het verschil tussen mijzelf en de andere wordt genegeerd.
Deze gedachte houdt verband met het scheppingsgeloof.
In de andere zoeken naar iets dat ik herken vanuit mijzelf: het gemeenschappelijke.
Het echte begrijpen van de ander komt niet aan bod.
Uitleg: Op het eerste zicht is het gelijkheidsmodel een schitterend gegeven: wat is er immers beter dan de andere als gelijke te beschouwen? En natuurlijk is dat ook zo: gelijkheid is beter dan ongelijkheid, waarbij je de andere bijvoorbeeld als minderwaardig beschouwt. (Je kan hierbij denken aan racistische ideologieën zoals het fascisme). Maar toch zit er een keerzijde aan het gelijkheidsmodel: er wordt te veel gefocust op wat er gemeenschappelijk is. De ander wordt dan niet omwille van zijn anders-zijn gewaardeerd, maar omwille van zijn gelijk-zijn met mijzelf.
Een mooi (?) historisch voorbeeld hiervan is de verovering van Latijns-Amerika. In de teksten uit die tijd lees je veel over de discussie of de inheemse bevolking mensen waren of niet. In het eerste geval moesten zijn bekeerd worden tot het christendom. In het laatste geval konden zij 'gebruikt' worden als slaven. De Indianen werden in ieder geval niet 'als Indianen' benaderd, maar enkel in de mate waarin zij op de Europeanen leken, werden zij ook gewaardeerd.
2. 2 Het alteriteitsmodel
De ander wordt als ‘gans anders’ gezien, als bedreigend en verontrustend maar tegelijk aantrekkelijk exotisch.
Verschillende reacties komen hierop voor:
a) De vreemde wordt als vijand gezien.
Hier wordt de ander gemakkelijk gedemoniseerd. HIj heeft dan nauwelijks nog iets menselijks.
b) De ontmoeting met de vreemde fascineert zo, dat ik vervreemd van mijn eigen cultuur.
Dit is wat men met exotisme bedoelt. De eigen culturele achtergrond wordt dan als het ware overboord gekieperd om een 'vreemde' cultuur te omarmen, gewoonlijjk met de taal, de kleding en de gebruiken, die men dan geestdriftig gaat nadoen. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld de fascinatie voor de rasta-cultuur bij bepaalde mensen.
c) De vreemde is hulpbehoevend.
Ook hier wordt het vreemde omarmd, maar dan uit medelijden. De andere kan dan mijn vrijgevigheid genieten, hetgeen vaak een goed gevoel geeft bij de gever. De hulpbehoevende moet alleen maar dankbaar zijn en verder zijn mond houden. Hij of zij moet blij zijn dat ik er ben om hem / haar te helpen.
2.3 Het complementariteitsmodel
Drie reacties:
a In de ontmoeting met ‘de vreemde’ wordt men op de eigen tekorten gewezen.
Uitleg: Dit is vaak confronterend. Ik zie bijvoorbeeld de eenzijdigheid in mijn eigen (Westerse) levenswijze in. In het contact met een andere cultuur blijkt bijvoorbeeld dat familie-banden heel sterk ontwikkeld zijn; of je ervaart hoe weinig tijd je zelf maakt voor dingen die plots wel belangrijk blijken te zijn. Die ervaring kan inspirerend zijn.
b De ander is een omweg om bij mijzelf te komen. Hij/zij dient als spiegel van mijzelf.
In de lijn van 'a': door de ontmoeting met de/het andere, leer ik aspecten van mijzelf die ik niet goed kende. Sommige mensen zeggen dan: 'ik wist niet dat ik dat in mij had', of iets van die aard.
c Het ‘ik’ wordt door het ‘jij’ geconstitueerd. (Buber, Levinas)
Ook in de lijn van 'a' en 'b': door de ontmoeting kan ik er 'rijker' uit komen. In zekere zin kan je dus zeggen dat mijn 'ik' door de (ontmoeting met de) ander veranderd is. Ik ben niet gelijk geworden aan de ander (2.2) en de ander is niet teruggebracht tot mijzelf (2.1), maar er is een uitwisseling geweest, die op mij (en wellicht ook de ander) een spoor heeft nagelaten.
Citaat:
"Pas als we hebben geleerd in de vreemde juist niet alleen onszelf te zoeken en het vreemde niet langer alleen als het vreemde in onszelf te zien, maar de vreemde als vreemde waar te nemen, kan het begrijpen beginnen." (T. Sundermeier, Den Fremden verstehen, 11.)