kracht2

Verschillend, maar gelijkwaardig

Met Desmond Morris stellen we vraag: waarin verschillen mannen en vrouwen van elkaar en vooral: hoe komt dat eigenlijk?

Je kan het programma via
Google Video bekijken.

Werkwijze: lees de tekst aandachtig door en maak voor jezelf een lijst van verschillen in twee categorieën (fysieke en psychische verschillen). Ga dan na, hoe Morris die verschillen telkens verkaart. Je zult dan merken dat de verklaring altijd verwijst naar de lange tijd in de menselijke evolutie, dat mensen een duidelijke taakverdeling hadden: in de jager-verzamelaar tijd waren de mannen de jagers (die kracht, snelheid, groepsgevoel en strategisch inzicht nodig hadden) en de vrouwen de verzamelaars van voedsel (waarbij zij verbaler zijn, en meer verzorgende taken op zich namen).

De bekende anthropoloog Desmond Morris beschrijft in 'De andere sekse' de verschillen tussen mannen en vrouwen.
Hij stelt de vraag: 'Zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen alleen maar cultureel bepaald, of zijn die verschillen er van nature?' Of, anders gezegd en korter: zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen aangeleerd ('nurture') of aangeboren ('nature')?

Mini-onderzoek naar enkele verschillen tussen jongens en meisjes in de klas

• (1) Gemiddelde lengte van jongens en meisjes vergelijken:
Bereken de gemiddelde lengte van 4 willekeurige jongens en meisjes in de klas (bijvoorbeeld twee werkgroepjes). Noteer de resultaten:
- Gemiddelde lengte van 4 jongens in de klas = ___
- Gemiddelde lengte van 4 meisjes in de klas = ___
Conclusie: de jongens in de proef zijn ___ % groter / kleiner dan de meisjes.

• (2) Een racefiets tekenen
Twee meisjes en twee jongens tekenen een fiets op het bord. Wat stel je vast?



In het filmpje zie je een jongen aan het werk (?). Je merkt dat hij na het tekenen van de wielen en de trappers, vanaf ongeveer 02:15, heel erg moet nadenken hoe de verschillende andere delen van een fiets (stuur, zadel), met elkaar verbonden zijn.
Helemaal aan het eind van het filmpje zie je hoe een meisje de laatste hand legt aan haar fiets. Commentaar lijkt me helemaal overbodig.

• (3) Ruiken
We branden een geurkaarsje tijdens de les. Noteer de geur die zich in het lokaal verspreidt:
-------------------

Verschillend, maar gelijk: de documentaire

Noteer kort enkele gegevens uit het programma tijdens het kijken. Gebruik de nummering.
Fysieke verschillen
Mannen zijn groter en sterker dan vrouwen. Een man kan twee keer zijn eigen gewicht dragen. Een vrouw kan dat niet. [1a] Hoeveel kan een vrouw gemiddeld dragen?__
[1b] Hoe verklaart Morris dat verschil?
[1c] Ondanks hun fysiek overwicht zijn mannen niet superieur aan vrouwen. Waarom niet?
Vet concentreert zich bij mannen in het midden van het lichaam. Volwassen vrouwen hebben gemiddeld 25% vet. En mannen? [2a] Hoeveel procent hebben zij?
[2b] Hoe verklaart Morris dat verschil?
[2c] Wat gebeurt er als vrouwen hun vetgehalte verminderen tot ongeveer 12%?
Mannen en vrouwen verschillen in de bouw van het bekken. Het vrouwelijke bekken is gevormd om kinderen te krijgen.
Ook het gezicht vertoont typisch mannelijke of vrouwelijke trekken, die we heel gemakkelijk herkennen.
[3] Hoe verklaart Morris die verschillen?
Een van de meest opvallende sekseverschillen zijn baardgroei bij mannen en de borsten bij vrouwen.
[4a] Wat is de functie van de mannelijke baard?
[4b] Wat is de functie van de vrouwelijke borsten?
Psychische verschillen
Mannen en vrouwen denken ook anders. Dat blijkt uit de manier waarop ze hun weg in een doolhof proberen te vinden.
[5a] Hoe kan je vrouwen in de war brengen?
[5b] Hoe komt dat?
[6a] Hoe kan je mannen in de war brengen?
[6b] Hoe komt dat?
[7a] Zijn jongens beter in Wetenschappelijk Tekenen?
[7b] Hoe komt dat?
[8a] Hebben vrouwen een betere neus?
[8b] Hoe komt dat?
[9] Welke conclusie(s) trek je zelf uit de verschillen tussen mannen en vrouwen? Ben je anders gaan denken over de andere sekse?



De tekst van het programma dat we bekeken hebben:

Mannelijk en vrouwelijk

Alle hogere levensvormen op aarde hebben één ding gemeen: hun populaties zijn verdeeld in twee helften: een mannelijke en een vrouwelijke. In dit leven komt elk individu terecht in de ene of de andere groep, en de vraag dringt zich op in hoeverre de seksen verschillen of gelijk zijn.

We zijn zo vertrouwd met het idee van de tegenstelling man-vrouw dat we de neiging hebben die vanzelfsprekend te vinden, maar bij enkele lagere levensvormen is het individu zowel mannelijk als vrouwelijk. Als ze paren, bevruchten ze elkaar, en worden ze allebei zwanger. Bij hogere levensvormen is het onderscheid tussen het mannetje en het vrouwtje meestal duidelijk. Niet alleen hebben ze verschillende voortplantingssystemen, ze verschillen ook in veel andere opzichten. De taken zijn tussen de seksen verdeeld, waarbij elke sekse zich in een bepaalde richting heeft gespecialiseerd. Dit geldt zowel voor de mens als voor alle andere soorten.

Om te begrijpen hoe de menselijke mannelijkheid en vrouwelijkheid zijn geëvolueerd, zou het helpen als we onze voorouders uit de oertijd konden observeren. Helaas is dat onmogelijk. Wel kunnen we groepen mensen bestuderen die ook nu nog in stamverband leven. Dat is niet gemakkelijk, want de meeste van zulke samenlevingen zijn intussen vervuild door moderne culturen. Hoofdtooien van veren worden gecombineerd met stadse T-shirts; het bot door de neus is vol trots vervangen door een ballpoint. Maar er zijn nog steeds een paar stammen waar de buitenwereld de oorspronkelijke leefwijze niet wezenlijk heeft aangetast en die ons enkele waardevolle aanwijzingen kunnen geven over de relatie tussen de seksen zoals die waarschijnlijk in de Oudheid heeft bestaan.

In sommige streken van West-Afrika leven de pygmeeën nog steeds als jager/verzamelaars. Ze leven en overleven op dezelfde manier als hun voorouders honderdduizenden jaren geleden, toen onze soort nog jong was. De rol van de mannen bestaat uit jagen, de karkassen van de gedode dieren in stukken snijden en wapens voor de jacht ontwerpen en maken. De rol van de vrouwen bestaat uit het verzamelen van vruchten, noten, bessen en paddestoelen, en het bouwen van de eenvoudige, ronde hutten als ze op een nieuwe plek zijn aangekomen. Al is het grootste deel van het voedsel afkomstig van het verzamelen, het vlees waar de mannen voor zorgen heeft een veel grotere voedingswaarde. Als je dat verschil in aanmerking neemt, is de bijdrage van man en vrouw aan de voeding van de stam min of meer gelijk. Deze gelijkheid op het gebied van voedselverschaffing zie J e terug in de gelijkheid in stammenzaken in het algemeen. Beslissingen over mannelijke aangelegenheden worden genomen door de mannen, beslissingen over vrouwelijke aangelegenheden door de vrouwen.

Het staat vrijwel vast dat in de loop van ons lange evolutionaire verleden het menselijke dier juist goed heeft gedijd op dit machtsevenwicht tussen de seksen, en niet op het overwicht van de ene sekse over de andere. 'Gelijk maar verschillend', dat zou de slogan van de mens kunnen zijn. De vraag is: hóé verschillend en in hoeverre vinden we dit oorspronkelijke patroon terug in de verschillende moderne samenlevingen?

De spieren van de man

Naarmate mannen en vrouwen zich meer specialiseerden, respectievelijk als jager en als verzamelaar, gingen ze vooral verschillen in spierkracht. Om succes te hebben bij de jacht moest de man groter, sterker en atletischer worden. Dit geslachtsverschil uit de oertijd kan op verschillende manieren worden gemeten.

Het begint bij de geboorte. De mannelijke baby is gemiddeld zwaarder en langer dan de vrouwelijke baby en hij heeft ook een snellere stofwisseling, wat tijdens de rest van zijn leven zo blijft. Dit kenmerk maakt hem geschikt voor een inspannende, actieve leefwijze. Pasgeboren Jongetjes zijn beweeglijker, alsof ze liggen te trappelen om te beginnen met hun zware lichamelijke arbeid. Ook zien ze scherper, een herinnering aan de tijd dat ze, als volwassen jagers, de omgeving moesten inspecteren op sporen van prooidieren.

Mannelijke peuters zijn ook meer geïnteresseerd in het hanteren van gebruiksvoorwerpen en hebben eerder de neiging om op hun speelgoed te slaan, terwijl vrouwelijke peuters wat minder uitbundig zijn in hun spel. Mannelijke peuters zijn ook meer geïnteresseerd in rennen, springen, duwen en trekken; vrouwelijke peuters zitten meestal op de grond en spelen met de voorwerpen die voor hen liggen. Jongetjes zijn nieuwsgieriger naar nieuw speelgoed dat hun wordt aangeboden.

Deze verschillen doen zich voor, lang voordat er sprake kan zijn van invloed van de ouders op het 'rolpatroon' van de seksen. Ze zijn duidelijk aangeboren en sturen de jongetjes en meisjes leder een iets andere richting op. Die richting zullen ze de rest van hun leven blijven volgen. De machtsspelletjes van mannelijke peuters zijn een duidelijke voorbode van hun latere fysieke machtsvertoon. En hun grotere belangstelling voor nieuwe voorwerpen - een belangstelling die gevaarlijk kan zijn - is een voorbode van de grotere risico's die ze nemen als volwassen man. Al deze kenmerken ondersteunen het idee dat er bij onze soort een sterke verdeling van taken bestaat tussen de seksen.

Het volwassen lichaam van de man is hij gemiddeld zo'n 30 procent sterker dan dat van de vrouw, met spierweefsel dat bijna twee keer zo zwaar is. (De gemiddelde man heeft 26 kg spieren, de vrouw 15 kg.) Een doorsneevrouw kan maar de helft van haar gewicht dragen, terwijl een doorsneeman twee keer zijn gewicht aankan. Ter ondersteuning van deze spierkracht heeft de man ook grotere botten, een groter hart en grotere longen, en heeft hij meer hemoglobine in het bloed. De hand van de vrouw heeft maar tweederde van de kracht van de mannelijke hand. Het volwassen mannelijke lichaam is ook iets langer dan dat van de vrouw. Het grotere skelet geeft de versterkte spierkracht een krachtiger basis. Gemiddeld is de man 10 procent zwaarder en 7 procent langer dan de vrouw. Dat betekent dat de vrouw altijd opziet naar de man, zelfs als hij dat niet verdient. Voor moderne vrouwen die streven naar sociale gelijkheid is dat een vervelend restant uit ons oorspronkelijke jagersverleden, vooral omdat we nu in een wereld leven waar, dankzij de moderne technologie, brute kracht voor de meeste mensen weinig betekenis meer heeft.

Alleen in de sport komt de superieure mannelijke kracht nog op een wezenlijke manier tot gelding. Over de hele wereld zijn er manifestaties van mannelijke lichaamskracht die laten zien hoezeer de man op dit terrein van de menselijke biologie bevoorrecht is. Een spectaculair voorbeeld daarvan is elk jaar te zien bij de traditionele HighIand Games in Schotland, waar enorme mannen het tegen elkaar opnemen bij zulke bizarre sporten als paalwerpen. Daarbij wordt een 5 meter lange stam van een spar of een den de lucht in geworpen. De deelnemers houden de stam verticaal met het smalle eind tegen de borst gedrukt, en stoten @ hem dan op zo'n manier de lucht in dat hij één keer in het rond gaat en op de grond valt met het dikke eind aan de kant van de werper. Alleen de allersterkste mannen zijn hiertoe in staat. Voor vrouwen is het niet weggelegd.

Veel landen kennen dergelijke demonstraties van mannelijke lichaamskracht. Zelfs op de vredige eilanden in de Stille Oceaan is er een jaarlijkse wedstrijd 'vruchten dragen' die de kracht van de plaatselijke mannelijke bevolking op soortgelijke wijze op de proef stelt. Bij dit evenement wordt een zware paal beladen met trossen fruit van in totaal 45 kg. Hij moet op één schouder worden gedragen tijdens een afmattende wedloop van 2,5 kilometer. Nadat de deelnemers de finish zijn gepasseerd, storten ze in. Dergelijke wedstrijden hebben tot doel de betrokken mannen tot de uiterste grenzen van hun mannelijke kracht te doen gaan, niet alleen om te zien welke man het sterkst is, maar ook om de superioriteit van de mannelijke spierkracht boven die van de vrouwen nog eens te bevestigen.

Een ander fysiek verschil tussen mannen en vrouwen, dat ook verband houdt met de jachtspecialisatie van de man, is de vorm van het gelaat. De vrouw heeft een kleinere neus, kin en kaak, en dunnere wenkbrauwen. Mannen hebben forsere kaken, grotere neuzen en zwaardere wenkbrauwen omdat ze groot gevaar liepen als ze op jacht gingen. De forse kaak en zware wenkbrauwen dienden als bescherming als ze met hun prooi worstelden. En de grote neus verbeterde de ademhaling door de longen. Die longen moesten hem steunen als hij prooidieren achtervolgde.

Het bewijs van deze verschillen tussen het gelaat van de man en de vrouw wordt geleverd door het identificatiesysteem dat wordt gebruikt door moderne politiekorpsen, waarbij er twee sets met gelaatstrekken in de computer zitten, één voor elke sekse.

De vrouw als moeder van de kinderen

Zoals het mannelijke lichaam zich heeft aangepast aan de jacht, zo heeft het lichaam van de vrouw zich aangepast aan haar functie van draagster van kinderen, voedselverzamelaarster en organisatrice van het sociale leven. Ook dit is al direct na de geboorte zichtbaar. Meisjes zijn minder kwetsbaar voor ziekte dan jongetjes. Dit voordeel blijven ze de rest van hun leven houden. Als draagster van kinderen is ze op het gebied van de voortplanting niet zo vervangbaar als de man, en behoeft dus extra bescherming.

Al zijn vrouwen dus niet zo sterk als mannen; ze zijn wel sterker in medische zin. Niet alleen hebben ze minder kwalen en overkomen hun minder ongelukken, er is ook minder kans dat ze bij de geboorte dood of misvormd zijn. Ze hebben minder kans op kleurenblindheid het verschil is enorm groot: mannen hebben 75 keer meer kans dat ze kleurenblind zijn. Vrouwen hebben ook minder kans op zware depressies, en plegen daardoor minder vaak zelfmoord.

Een andere vorm van 'extra bescherming' is de grotere hoeveelheid lichaamsvet. Een vrouw heeft twee keer zoveel vet als een man - bij haar maakt het 25 procent uit van het lichaamsgewicht, bij een man 12'/2 procent. Daardoor heeft ze een grotere weerstand bij voedseltekorten, en dus een grotere kans dat ze haar kleine kinderen door een periode van schaarste weet te loodsen. Dat was vooral belangrijk in de tijd dat periodes van schaarste
en periodes van overvloed elkaar afwisselden, toen onze voorouders ook de minder gastvrije streken van de aarde gingen bevolken.

Niet alleen kreeg de vrouwelijke mens een eigen noodvoorraad voedsel mee, te vergelijken met de bult van de kameel, de dikkere vetlaag zorgde ook voor extra bescherming tegen de kou. Want, anders dan bij de kameel, is bij de vrouw het vet verdeeld over haar hele lichaam. Dat leverde haar overigens een van de meest karakteristieke vrouwelijke geslachtssignalen op: haar zachte, ronde vormen. Die werden het symbool van vrouwelijk welzijn, en daardoor van de vrouwelijke seksualiteit.

(In de oertijd had het hoge vetgehalte van het lichaam van de vrouwelijke mens nog een ander, tamelijk gruwelijk gevolg. De Griekse geschiedkundige Plutarchus schreef: 'Degenen die lijken verbranden voor hun beroep, voegen aan elke tien mannen altijd een vrouw toe, omdat het vrouwenvlees zo vet is dat het brandt als een fakkel.')

Wat de zintuigen betreft: vrouwelijke peuters hebben een beter gehoor, een beter tastvermogen en een betere reuk. Ook dat voordeel blijven ze in de loop van hun leven houden. Het zijn kwaliteiten die, zoals we later zullen zien, de volwassen vrouw bijzonder van pas komen als ze moeder wordt. Als kind is ze voorzichtiger en meer gericht op fijne handvaardigheid. Meisjes zijn vloeiender in hun taalgebruik, terwijl jongens origineler zijn. Al deze onderzoeksresultaten wijzen op een diepgeworteld verschil in persoonlijkheid bij onze soort, wat weer wijst op een diepgewortelde taakverdeling in ons evolutionaire verleden. De kindbarende specialisatie van de vrouw heeft de vorm van haar volwassen lichaam béinvloed. Omdat vrouwen het kind tussen hun benen baren, is het bekken van de vrouw veel breder dan dat van de man. Dit bèinvloedt het gedrag van de vrouw op verschillende manieren. Ze heeft een andere manier van lopen: ze neemt uiterst kleine stappen, vergeleken met de enorme stappen van de doorsneeman. In veel culturen wordt deze eigenschap overdreven door vrouwen die hun vrouwelijkheid willen benadrukken. Ze dragen vaak strakke rokken of gevaarlijk hoge hakken. De verkorte pasjes die ze daardoor genoodzaakt zijn te maken, geven de indruk van supervrouwelijkheid. De geisha's van Kyoto hebben dat tot in het extreme doorgevoérd. Ze huppelen met ultrakorte vogelpasjes door de straten.

De evolutie heeft de jager uit de oertijd een tred met lange passen meegegeven, waarmee hij de prooidieren over grotere afstand kon volgen. De vrouw heeft de manier van lopen meegekregen die haar vermogen om te baren het minst in gevaar brengt. Het vrouwelijke bekken @ De vorm van het menselijke bekken heeft ook invloed op de manier waarop we zitten. Mensen hebben vier verschillende manieren om de benen over elkaar te slaan. Twee daarvan zijn gewoon bij belde seksen, een is typisch mannelijk, en een is in wezen vrouwelijk. Het meest wijdverbreid is de knie-op-knie kruising. Die wordt door belde seksen gebruikt, net als de formelere enkel-op-enkel. Maar de enkel-op-knie is overwegend mannelijk, ook als vrouwen een broek dragen. De vierde manier is de benen-ineenstrengeling, die vrijwel uitsluitend bij vrouwen voorkomt. Hierbij wordt de gekruiste voet om het andere been geklemd. Als aan mannen wordt gevraagd om dat doen, blijken ze het bijzonder moeilijk, vaak zelfs onmogelijk te vinden. Sommige mannen weigeren zelfs om op deze manier de benen te kruisen als hun dat gevraagd wordt, misschien omdat ze intuïtief aanvoelen dat dat hen vrouwelijk zal maken. Dit is een van de vele voorbeelden van de manier waarop het wijde bekken van de vrouw andere bewegingspatronen beïnvloedt. @

De wijdere plaatsing van de benen van de vrouw heeft hun niet alleen een extra manier om de benen te kruisen opgeleverd, maar ook de mogelijkheid om uit te blinken in de ruitersport. Omdat haar benen wijder uiteen staan op het punt waar ze aan de romp vastzitten, heeft de vrouwelijke ruiter altijd een voordeel boven haar mannelijke evenknie. Met haar dijen heeft ze meer greep op het paard. Dit voordeel werd in vroegere eeuwen tenietgedaan omdat het onbeleefd werd gevonden als een vrouw publiekelijk haar benen spreidde, een houding die werd geassocieerd met de vrouwelijke houding tijdens de copulatie. Het werd onfatsoenlijk gevonden om deze houding aan te nemen, zelfs als het een duidelijk niet-seksuele bedoeling had. Een Byzantijnse historicus merkte op dat vrouwen die paardrijden als een man 'niet veel beter zijn dan hoeren'.

De oplossing voor vrouwen die per se wilden paardrijden, was een vreemde uitvinding die voor het eerst werd geïntroduceerd in de 15de eeuw: een zadel met twee leren randen, de zogenaamde zadelbogen. De vrouwelijke ruiter zadelde haar paard zo dat ze met twee benen aan één zijde zat, terwijl haar dijen op hun plek werden gehouden door de twee zadelbogen. Als je haar van een afstand zag, met haar uitgespreide rijrok, leek ze elk moment van het paard te kunnen glijden als het paard zou beginnen te galopperen. In werkelijkheid werd ze stevig op haar plaats gehouden door de twee verborgen zadelbogen tussen haar samengeperste dijen.

Het dameszadel raakte in de jaren dertig van deze eeuw uit de mode onder invloed van @

de rage om 'mee te doen met de jongens'. De geëmancipeerde vrouw zag het paardrijden als een man als een politiek manifest. Deze situatie bleef onveranderd tot kortgeleden enkele jonge vrouwen die hun onafhankelijkheid niet meer hoefden te bewijzen besloten om weer paard te rijden met de benen opzij. In Groot-Brittannië heeft de 'Side-Saddle Association' inmiddels 1200 leden, en elk jaar komen er nieuwe bij.

Geslachtssignalen

Het voortplantingsapparaat van de mens - het complexe systeem om eitjes en sperma te produceren en die samen te brengen - zou een belangrijke bron kunnen zijn van geslachtssignalen, maar die invloed is beperkt. Het vrouwelijke geslachtsorgaan is voor het grootste deel inwendig en dus niet geschikt voor signalen. Dat gaat zelfs op voor het kleine deel dat uitwendig is. Als ze naakt is en rechtop staat, is er weinig zichtbaar van haar geslachtsopening. Die blijft zorgvuldig verborgen dankzij het schaamhaar en de verborgen positie tussen de benen. In genitale zin zijn de signalen negatief, gezien de afwezigheid van uitwendige uitsteeksels.

Voor de volwassen man liggen de zaken anders. Al beschikt hij niet over het opvallende, felgekleurde uitwendige orgaan van zijn verwant de aap, zijn grote penis en neerhangende testikels zijn goed zichtbaar in de bos schaamhaar. De vraag is of deze openlijke positie van het mannelijk geslachtsorgaan in dienst staat van de geslachtssignalen, of dat het een technische kwestie is. Met andere woorden, hangt het mannelijke geslachtsorgaan tussen zijn benen om duidelijk te maken dat hij een man is, of omdat dat in anatomische zin het voordeligst is?

Als je een rennende, springende jager zou moeten creëren, dan lijkt het op z'n zachtst gezegd dwaas om de testikels tussen de benen te laten bungelen. Toch heeft de evolutie daarvoor gekozen. De kwetsbaarheid van deze uitwendige genitaliën is zo groot dat er wel een heel groot voordeel tegenover moet staan. Als ze niet alleen maar dienen als zichtbaar vertoon van mannelijkheid, dan moet er een groot fysiologisch voordeel zijn. De meest wijdverbreide verklaring is dat spermaproductie efficiënter plaatsvindt in de lagere temperatuur buiten het lichaam. Dat klopt inderdaad, want bij hogere temperaturen is er minder zuurstof beschikbaar voor het zich ontwikkelende sperma. Koelere testikels hebben een grotere vruchtbaarheid tot gevolg. Er wordt wel beweerd dat strakke broeken een afname van het aantal spermatozoïden kan veroorzaken doordat een warmtezone wordt gecreëerd.

Toch klopt er iets niet aan die redenatie. Zoölogen hebben na bestudering van verschillende zoogdieren ontdekt dat het bezit van uitwendige testikels niet altijd leidt tot een lagere temperatuur. Koeling kan dus een bijkomend voordeel opleveren, maar het is niet de hoofdreden. In plaats van de relatie met temperatuur lijkt er een oorzakelijk verband te bestaan met de manier waarop het dier zich verplaatst. Een recent onderzoek onder zoogdieren met en zonder uitwendige testikels heeft uitgewezen dat de soorten die een springende of dravende leefwijze hebben zijn uitgerust met uitwendige testikels. De zoogdieren die zich vloeiender bewegen hebben hun testikels veilig opgeborgen in hun lichaam. Met andere woorden, als j e een leven, leidt van schokken en stoten, dan kun i e i e niet veroorloven om i e testikels in j e lichaam te hebben, want door de druk op de inwendige organen zouden ze tijdens heftige bewegingen dusdanig worden samengeknepen dat de inhoud eruit zou worden geperst. Met inwendige testikels zouden bijvoorbeeld rammen elke keer als ze met de kop tegen elkaar opstoten sperma uitstoten. Hetzelfde zou gebeuren als een menselijke jager van een rots naar beneden springt. Dat komt omdat het voortplantingskanaal geen sluitspier heeft. Door de testikels buiten het lichaam te plaatsen heeft de evolutie de druk weggenomen, en het voordeel is kennelijk zo groot dat het opweegt tegen de kwetsbaarheid van de blootgestelde testikels.
De technische reden voor de vorm. van de menselijke genitaliën levert voldoende verklaring op voor de zichtbare positie van de testikels. Dat de zichtbaarheid ook kan dienen als mannelijk geslachtssignaal is een bijkomstigheid.

De signaalfunctie van de penis is ook een bijkomstigheid. Dit mannelijke aanhangsel is gemakkelijk te zien, maar het formaat dient vooral voor de copulatie. Hij is lang zodat hij het sperma zo diep mogelijk in de vagina kan injecteren. En hij is dik zodat het massage-effect op het vrouwelijke weefsel wordt vergroot, wat de seksuele opwinding van de vrouw stimuleert. Deze opwinding leidt tot intensivering van de copulatie-ervaring, en helpt de menselijke paarband te versterken.

Het formaat van de menselijke genitaliën is onderwerp van discussie. Waarom hebben ze speciaal dit formaat, en waarom moet het menselijke mannetje meer dan een miljoen spermatozoïden uitstorten bij elk orgasme? Een mogelijke verklaring werd in de jaren tachtig gegeven, toen erop werd gewezen dat de testikels niet bij alle apen even groot zijn. Bij de chimpansee, waarvan het wijfje soms met verschillende mannetjes paart, zijn de testikels uitzonderlijk groot. Bij de gorilla, waar nauwelijks sprake is van competitie tussen de mannetjes, zijn de testikels erg klein. (De machtige gorilla weegt vier keer zoveel als de chimpansee, maar zijn testikels wegen vier keer minder dan die van de chimpansee.) Daaruit werd geconcludeerd dat bij promiscue vrouwtjesapen het mannetje het sperma van zijn rivaal moet verslaan om succes te hebben. Daarom moet zijn ejaculatie groter zijn, en daarvoor zijn grote testikels nodig.

Naar 'apenmaatstaven' gemeten, beschikt de mens over tamelijk bescheiden testikels - niet zo klein als die van de gorilla, maar veel kleiner dan die van de chimpansee. Daaruit zou je kunnen opmaken dat er in de loop van de menselijke evolutie geen grote spermacompetitie is geweest. Dat past bij het beeld van een soort waarvan het vrouwtje niet promiscue is, maar wel, ondanks ~aar trouw aan één partner, enige extra seksuele activiteit kan ontplooien met een tweede mannetje. En dat is precies wat we aantreffen in de menselijke samenleving. Het formaat van de testikels is dus meer een technische kwestie dan een signalenkwestie.

Samengevat: het is mogelijk om de sekse van een naakte, volwassen mens aan te wijzen door naar de schaamstreek te kijken, maar de uitwendige genitaliën zijn niet speciaal geëvolueerd als een visueel signaal. Ze zijn niet uitbundig versierd of felgekleurd, zoals bij andere soorten het geval is. Watje ziet, is eenvoudig wat nodig is voor het mechanisme van een succesvolle menselijke copulatie.

Zuivere geslachtssignalen

Behalve de verschillen in geslacht die niet meer zijn dan een bijkomstige factor, zijn er ook elementaire geslachtssignalen die alleen voor dat doel zijn geëvolueerd. Brede schouders kunnen bij de man dienen als geslachtssignaal, maar hun primaire taak ligt bij de behoefte aan grotere spierkracht. De bredere heupen van de vrouw mogen een silhouet opleveren dat staat voor vrouwelijkheid, de primaire functie houdt verband met het baren van kinderen. Door de verdeling van taken zijn er verschillen gecreëerd die zichtbare 'geslachtsetiketten' opleveren, maar zo zijn ze niet begonnen. Bij enkele andere kenmerken is dat wel het geval.

De mannelijke baardgroei heeft uitsluitend een signaalfunctie. Daardoor is het mogelijk de sekse van een individu ook van grote afstand te bepalen. Zolang baard en snor niet worden gekortwiekt, kunnen ze enorm lang worden. Het record voor de snor bedraagt 3,39 meter. De bezitter van dit opmerkelijke signaal is een Indiër, Kalyan Ramji Sam, uit Sundargarth, die werd vermeld in het Guinness Book of Records nadat hij zijn harige aanwas
twintigjaar lang zorgvuldig had opgekweekt. De langste baard ter wereld, die nu is ondergebracht in het Smithsonian Institute in Washington, hing aan de kin van een Noor, Hans Langseth. Hij was nog langer dan de langste snor: 5,33 meter.

Dat mannelijke kinderen geen baardgroei hebben, is een bevestiging van het idee dat dit aanhangsel vooral dient als seksueel signaal. Na de puberteit groeit een baard die niet wordt geschoren met een snelheid van ongeveer 15 cm per jaar. Dat betekent dat hij na drie, vierjaar tot aan de navel zou reiken. In de oertijd moet dit een indrukwekkend gezicht zijn geweest; de mannelijke mens kon zich wat betreft het dramatische visuele effect meten met de mannetjesleeuw met zijn lange manen. Er is geen enkel ander biologisch kenmerk dat het uiterlijk van de man zoveel anders maakt dan dat van de vrouw.

De borsten van de vrouw vormen ook een belangrijk seksueel signaal. Vroeger werd ten onrechte beweerd dat ze alleen dienen voor de productie van melk, en dat de belangstelling die de man ervoor heeft van infantiele aard is. Dat is niet juist, want niet meer dan eenderde van het borstweefsel heeft iets van doen met de melkproductie. Tweederde bestaat uit vetweefsel, waaraan ze hun vorm danken, maar dat niets van doen heeft met de melkproductie. En het is de ronde vorm die belangrijk is als seksueel signaal. De vrouwelijke chimpansee heeft alleen een ronde borst als ze melk geeft; anders is ze plat. Dat is bij de volwassen vrouw van het menselijke ras niet het geval. Haar borst blijft rond zolang ze in de seksueel actieve periode zit, van de puberteit tot de middelbare leeftijd. De ronde vorm van de vrouwenborst heeft dus niets te maken met moedergedrag, maar alles met seksuele signalen. (In dat verband is het bedekken van de borsten door de vrouw een equivalent van het afscheren van de baard door de man - belden reduceren zo het visuele effect van het geslachtssignaal uit de oertijd.)

De seksuele aard van de naar voren stekende vrouwenborst heeft geleid tot een klein verschil tussen mannen en vrouwen in lichaamstaal, een verschil waarvan de meeste mensen zich niet bewust zijn. De vrouw gebruikt onbewust een andere manier van bewegen als ze zich langs een andere persoon wringt in een smalle ruimte. Mannen keren hun borst naar de ander, terwijl vrouwen zich bijna altijd afwenden om hun kwetsbare borsten te beschermen tegen contact. De mannelijke houding stelt hem in staat om de persoon die hij passeert in de gaten te houden, zodat hij zichzelf beschermt tegen een onverwachte aanval. De vrouw zou dat voordeel ook kunnen hebben, maar kiest in plaats daarvan voor het riskantere alternatief door de ander haar rug toe te keren. Dat doet ze om niet de indruk te wekken dat ze haar borsten aanbiedt aan degene die zich langs haar wringt.

Mannen en vrouwen klinken anders

Er is een biologisch verschil tussen mannen en vrouwen dat zo voor de hand ligt dat we het als vanzelfsprekend ondergaan: de diepte van de volwassen stem. Tijdens de puberteit breekt de jongensstem, waarna hij snel dieper wordt. Vrouwen houden de hoge toonhoogte van hun meisjesstem.

Dat zit als volgt in elkaar: het mannelijke strottenhoofd is ongeveer 30 procent groter dan het vrouwelijke. De mannelijke stembanden zijn 18 mm lang, die van de vrouw niet meer dan 13. De volwassen mannenstem heeft gemiddeld 130 tot 145 cycli per seconde, de volwassen vrouwenstem 230 tot 255 cycli, oftewel één octaaf hoger. Het verschil in toonhoogte tussen de mannenlach en de vrouwenlach is nog groter.

Bij de mens is het stemverschil tussen volwassen mannen en vrouwen groter dan bij onze naaste verwanten, de mensapen. Waarom is dat verschil groter geworden? Er moeten hier twee verschillende vragen worden beantwoord: waarom krijgen mannen een diepere stem, en waarom krijgen vrouwen die niet?

Door de diepere mannenstem kan de volwassen man angstaanjagender brullen, grommen en schreeuwen. Dat kan worden gebruikt om menselijke rivalen te intimideren, om prooi bijeen te drijven, of om roofdieren af te schrikken. Voordat hij zich volledig toelegde op de jacht, was de mannelijke mens waarschijnlijk een aaseter. In groepsverband joeg hij roofdieren weg van hun net gedode prooi. Daarvoor waren grote moed en actieve samenwerking noodzakelijk. Een diep gebrul moet nuttig zijn geweest bij het wegjagen van machtige rivalen.

De hogere vrouwenstem geeft de volwassen vrouw iets jeugdigs. Samen met enkele andere kenmerken, zoals een haarloze huid, geeft de hoge stem signalen door aan de man. Die signalen moeten ervoor zorgen dat hij bereid is bescherming te bieden. Doordat ze de stem heeft van een kind, kan de vrouw het koesterende, vaderlijke gevoel in haar partner wakker maken, en zo haar kansen op overleven vergroten, terwijl ze voor de kinderen zorgt.

Onafhankelijke moderne vrouwen vinden deze uitleg van hun hoge stem misschien beledigend, maar het feit blijft dat de vrouw uit de oertijd bij haar zware moedertaak alle hulp nodig had die ze kon krijgen om zichzelf en haar kroost te beschermen. Als ze dat kon bewerkstelligen door met jeugdige kenmerken beschermende, vaderlijke gevoelens op te wekken bij haar partner, dan aarzelde de evolutie niet haar dat voordeel te geven.

In de moderne wereld kan deze strategie uit de oertijd soms zijn uitwerking missen. Wat goed werkt binnen een gezinsverband, kan in een kantoor worden geëxploiteerd. De dominante man kan het jeugdige en daardoor onderworpen karakter van de hoge vrouwenstem gebruiken om zich superieur te voelen. Volgens een recent rapport wordt bij enkele japanse bedrijven van vrouwelijke werkneemsters verwacht 'dat ze preutse, identieke uniformen dragen en met zo'n hoog stemmetje praten dat de ruiten er bijna van breken - een klassieke vorm van vrouwelijke eerbied in Japan'.

Door een dunne piepstem te stimuleren, zorgen de mannelijke bazen ervoor dat opmerkingen of meningen van vrouwen nauwelijks indruk maken. Een omgekeerde trend zou juist in het voordeel van de vrouw werken, als het gaat om macht. Er wordt wel beweerd dat enkele vrouwelijke toppolitici uit het Westen stemtrainers in dienst hebben genomen om hen te helpen een diepere stem te krijgen, zodat hun uitspraken meer gewicht krijgen.


Psychische verschillen

De fysieke verschillen tussen mannen en vrouwen staan buiten kijf. Iedereen kan ze zien (en horen). Maar hoe zit het met de psychische verschillen? Met deze kwestie begeven we ons meteen op glad ijs. Psychische activiteiten worden zo sterk beïnvloed door leren en oefenen dat elke suggestie over verschillen tussen 'mannelijk denken' en 'vrouwelijk denken','mannelijke intelligentie' en 'vrouwelijke intelligentie' meteen wordt verketterd als ouderwets, bevooroordeeld en seksistisch. Het is een gevaarlijk discussieterrein geworden, maar als ik me er als wetenschapper door modieuze taboes van laat weerhouden om objectieve vragen te stellen, kan ik net zo goed ophouden. Als er inderdaad verschillen zouden kunnen bestaan tussen de vrouwelijke en de mannelijke psyche, dan is het belangrijk om die onder ogen te zien en er rekening mee te houden, in plaats van ze onder een politiek correct tapijt te vegen. Als ze bestaan en worden genegeerd, dan zal niemand daar op lange termijn n bij gebaat zijn.

Hoe groot is de kans dat mannelijke hersens iets anders werken dan vrouwelijke? We weten dat er in de oertijd sprake was van een verdeling van de taken tussen de seksen, en dat leidde tot een lichte mate van fysieke specialisatie. Het lijkt dus redelijk om te veronderstellen dat er tegelijk sprake was van een zekere psychische specialisatie. Bij hun verschillende hoofdbezigheden zouden prehistorische mannen en vrouwen hebben geprofiteerd van onderling enigszins verschillende psychische processen. Zo moesten mannelijke jagers zich kunnen richten op hardnekkige, langdurige achtervolgingen, en zich kunnen concentreren op langetermijndoelen. Ze moesten in staat zijn om zich met één enkel probleem bezig te houden, en bijzaken te negeren. Om goed te zijn in de jacht, moesten ze zich iets meer concentreren op één ding dan de vrouwen.

Bovendien moesten de mannen hun visuele en ruimtelijke vermogens verbeteren om beter te worden in rondtrekken, spoorzoeken, hun doel kunnen raken en oriëntatie. Ook moesten ze zich bekwamen in het maken, onderhouden en repareren van wapens, en het verbeteren van de werktuigen. Ten slotte moesten ze bereid zijn risico's te nemen. Voor de voortplanting waren de mannen beter vervangbaar dan vrouwen, dus als er risico's genomen moesten worden, dan moest dat gebeuren door de man. De primitieve vrouw daarentegen moest vooral goed aan verschillende dingen tegelijk kunnen denken, en alles gelijktijdig kunnen organiseren. Voor het verzamelen van voedsel was geen gerichte concentratie nodig, maar wel sociale organisatie en communicatie. Omdat de prehistorische vrouw zich in het centrum van de gemeenschap bevond, terwijl de man ver weg aan het jagen was, moest ze goed zijn in het regelen van het sociale leven, in het toezicht uitoefenen op het wel en wee in het kamp, en de details van het gemeenschapsleven bespreken.

Zoals iemand ooit zei: 'Vrouwen zijn géinteresseerd in mensen, mannen in dingen.' Al is dat een karikatuur van de werkelijkheid, het is gebaseerd op een reëel en belangrijk verschil, een verschil dat er sinds de oertijd toe heeft geleid dat mannen géinteresseerd zijn geraakt in techniek en vrouwen in sociale vaardigheden. Daarom zul je op beurzen voor verzamelaars en modelbouwers vooral mannen aantreffen, terwijl op bijeenkomsten voor sociaal werk, liefdadigheidsinstellingen en andere zorgsectoren vooral vrouwen zult tegenkomen.

Primitieve vrouwen waren niet alleen rappere praters, maar moesten ook voorzichtiger zijn. Ze konden zich niet veroorloven om ernstige risico's te nemen, want ze waren te belangrijk voor een succesvolle voortplanting binnen de stam, en moesten zichzelf zo veel mogelijk vrij kunnen maken om voor hun kinderen te zorgen.
Kortom, de vrouwen moesten worden afgestemd op hun communicatieve en organisatorische taken en ze moesten verschillende dingen tegelijk kunnen doen zonder in de war te raken. Waar mannen hun gerichte concentratie, hun visuele capaciteiten en hun soms onbesuisde moed moesten aanscherpen, moesten vrouwen beter worden in het denken in verschillende richtingen, in hun verbale capaciteiten en hun behoedzaamheid die voortkomt uit hun gezonde verstand.

Wat voor bewijzen zijn er voor het idee dat moderne mannen en vrouwen nog steeds onderworpen zijn aan deze biologische verdeling van 'psychische arbeid'? Omdat we in maatschappijen leven waarin vrouwen eeuwenlange zijn onderdrukt door mannen, is het helaas moeilijk om biologie en cultuur te scheiden. Om dat toch te kunnen doen, is het noodzakelijk om op zoek te gaan naar gebieden waar de cultuur geen invloed heeft, en waar belde seksen gelijke kansen krijgen. Alleen dan kunnen we er zeker van zijn dat waargenomen verschillen in succes een onderliggende, biologische betekenis hebben.

Een van de manieren waarop we dit kunnen doen is door pasgeborenen te bestuderen, nog voordat volwassenen de kans hebben gehad om hun gedrag te beïnvloeden. Zoals ik al eerder zei zijn er zelfs op die leeftijd al belangrijke verschillen. In hun spel houden jongetjes van timmeren, terwijl meisjes handiger zijn. jongetjes zijn onderzoekender, meisjes voorzichtiger. jongens zijn beter in visuele en ruimtelijke taken, meisjes in verbale en communicatieve taken.

Bij volwassenen is het moeilijker om culturele vertekening te vermijden. Het eenvoudigste studieterrein is misschien wel de mate waarin risico's worden genomen. Hier lijken belde seksen inderdaad wezenlijk in biologische zin van elkaar te verschillen. Vrouwen komen minder vaak om bij een ongeluk. In sommige landen hebben mannen rond hun dertigste vijftien keer zoveel kans om te sterven aan de gevolgen van een ongeluk als vrouwen. Een onderzoek naar ongelukken op de weg heeft uitgewezen dat vrouwelijke autobestuurders misschien wel meer ongelukken maken dan mannen, maar dat de verzekeringsclaims veel hoger zijn als er mannen bij betrokken zijn. Met andere woorden, mannen hebben minder lichte en meer zware ongelukken.

Dat kan worden bewezen niet een eenvoudig experiment. Als mannen en vrouwen wordt gevraagd om voor het eerst te skelteren, zijn de verschillen in benadering meteen merkbaar. De vrouwen zijn onzekerder en al houden ze een matige snelheid aan, ze pro
beren hun skelter binnen de lijnen te houden. De mannen proberen ondanks hun gebrek aan ervaring zo snel mogelijk te rijden en komen regelmatig in de strobalen terecht.

Een onverwachte manier waarop de risico-nemende verschillen tussen man en vrouw tegenwoordig aan het licht treden, betreft de reactie op spinnen. Er is een gemeenschappelijke angst voor spinnen die bij belde seksen kan worden geconstateerd. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat alleen de hekel aan slangen groter is dan de hekel aan spinnen. Voor onze voorouders was dat een nuttige reactie omdat er inderdaad gevaarlijke spinnen waren. In Groot-Brittannië, waar de reactie op spinnen is onderzocht, is er op dit moment geen enkele gevaarlijke spinnensoort meer, zodat de reactie moet stammen uit vroegere tijden. Het intrigerende is dat de reactie van mannen en vrouwen verschillend is. In de puberteit neemt de weerzin bij de vrouw toe tot hij twee keer zo sterk is als die bij mannen. Dat duidt niet op zwakheid van de jonge vrouw, zoals sommigen wellicht denken, maar op een grotere behoefte om zichzelf te beschermen op het moment dat ze, in een primitieve samenleving, klaar is om zich voort te planten. Het is een teken van grotere voorzichtigheid bij de vrouw - een voorzichtigheid die terecht was in de oertijd, gezien haar belang ', oor het voortbestaan van de stam.
Wat betreft de liefde voor andere dieren, zoals paarden: die neemt bij meisjes die vlak voor de puberteit zitten enorm toe, maar bij jongens niet. Zorgvuldig onderzoek heeft uitgewezen dat net voor de tienerleeftijd de liefde voor paarden bij meisjes drie keer groter is dan die bij jongens. Dat wijst op een verschil in de psyche van jonge meisjes, met een grotere nadruk op een band met grotere, sterkere metgezellen. Maar het paard mag dan staan voor mannelijke kracht, we moeten niet uit het oog verliezen dat het meisje leiding heeft over het paard.

En hoe zit het met het verschil tussen visuele en verbale capaciteiten? Het is algemeen bekend dat mannen zich voor de oplossing van een lastig probleem terugtrekken om er stilletjes op te broeden, terwijl vrouwen bij elkaar komen en het uitpraten. Mannen zijn misschien goed in spreken in het openbaar, maar vrouwen zijn veel beter in discussiëren. In het algemeen lijken vrouwen beter te zijn in taal, terwijl mannen uitblinken in technische onderwerpen.

Dit kan worden aangetoond met een eenvoudige proef. Zowel mannen als vrouwen weten heel goed, hoe een fiets eruitziet, en er wordt door beide seksen op gereden. Maar als hun wordt gevraagd om een fiets te tekenen, doen mannen het veel beter dan vrouwen. De bewijzen voor superieure vrouwelijke verbale capaciteiten zijn overweldigend. Zo zijn er veel verbale problemen waar vooral mannen door getroffen worden. Stotteren,'het onvermogen om vloeiend te spreken', komt vier keer zoveel voor bij mannen als bij' vrouwen. Ook dyslexie, een ernstige leesstoornis, is een overwegend mannelijk fenomeen. Lichte dyslexie komt vijf keer vaker voor bij mannen, zware dyslexie zelfs tien keer vaker. Bij mannen pakt een verslechtering van hun taalvermogen ook ernstiger uit, en ze krijgen na een beroerte of andere vormen van hersenbeschadiging veel minder snel hun taalvermogen terug dan vrouwen.

De verbale superioriteit van vrouwen begint al op jonge leeftijd. Zelfs in de moederschoot is er een verschil aangetoond in mondbewegingen bij mannelijke en vrouwelijke foetussen. Een medisch onderzoeksteam in Belfast heeft ontdekt dat vrouwelijke foetussen van tussen de acht en twintig weken 'vaker en langduriger periodieke mondbewegingen voortbrengen dan mannelijke foetussen'. Interessant genoeg bewogen mannelijke foetussen de ledematen vaker. Met andere woorden, zelfs nog voor de geboorte geven meisjes er blijk van dat ze beter zullen zijn in praten, en jongens dat ze beter zullen zijn in sport.

Na de geboorte zet deze trend zich voort. Kleine meisjes tussen de 1 en 5 jaar lopen voorop in woordgebruik. Meisjes praten eerder dan jongens en maken langere zinnen. Ook hun woordconstructies zijn gevarieerder, ze maken minder fouten in mondeling taalgebruik en hebben een grotere woordenschat dan jongens van dezelfde leeftijd. Op school geven meisjes blijk van een beter woordgebruik, en zijn superieur in spelling, interpunctie en lezen. Onderzoek onder schoolkinderen heeft uitgewezen dat tweederde van de hoogste cijfers bij taaltesten worden gehaald door meisjes. De betrokken onderzoekers benadrukken dat de meisjes vooral uitblinken in de kwaliteit van het woordgebruik, meer dan in kwantiteit.

Recent onderzoek aan de johns Hopkins University in Baltimore heeft nieuwe aanwijzingen opgeleverd dat vrouwen superieur zijn in vloeiend taalgebruik. Zo heeft men ontdekt dat in het gebied van het hersenschors waar dit vermogen zetelt, de concentratie van cellen in de vrouwelijke hersens groter is. In het gebied dat verband houdt met verbaal initiatief en kortetermijngeheugen, is er bij vrouwen sprake van 23 procent meer concentratie; in het gebied dat verband houdt met het luistervermogen is de concentratie bijna 13 procent hoger. Dat bewijst dat er een anatomische basis bestaat voor de sekseverschillen bij verbale capaciteiten.

De bewijzen voor de mannelijke superioriteit in visuele vermogens zijn net zo overweldigend. Visueel-ruimtelijke capaciteiten zijn vooral belangrijk op het gebied van de techniek, de architectuur, de bouw en de luchtvaart. Het hoeft geen verbazing te wekken dat deze terreinen worden overheerst door mannen. Bij testen scoren mannen beter in doolhofproblemen, kaartlezen, perspectief, meetkunde, bouwkundige plattegronden, ruimtelijk inzicht en rotatie van blokken. Soms is er maar een klein verschil tussen de seksen, maar af en toe zijn er ook spectaculaire verschillen. Bij een eenvoudige wateroppervlaktest, waarbij aan scholieren werd gevraagd om de positie te raden van het wateroppervlak in een schuin neergezet glas, sloegen meisjes twee keer vaker de plank mis dan 'jongens. De test leek erg gemakkelijk: wist de scholier dat het wateroppervlak horizontaal bleef, ook als het glas schuiner werd neergezet' Desondanks was er een opvallend verschil tussen de seksen.

Als gevolg van deze geslachtsverschillen in verbale en visuele capaciteiten zouden bij sommige beroepen mannen moeten domineren, en bij andere vrouwen. Dat wordt bevestigd door een Zweeds onderzoek. Ruim tien jaar na de introductie van een strenge norm voor gelijkheid tussen de seksen bleef de beroepskeuze onder scholieren opvallend verschillend. De percentages zijn spectaculair: bij vakken als bouwkunde, houtbewerking, motortechniek en algemene techniek kwam 94 procent tot 98 procent van de aanmeldingen van jongens. Bij categorieën als maatschappelijk werk, dienstverlening en verpleging 92 procent tot 97 procent van de aanmeldingen van meisjes.

Zo'n groot verschil kun je niet uitsluitend verklaren met culturele druk, want op dat moment wás er geen culturele druk in Zweden. Integendeel,je zou juist een omgekeerde tendens hebben verwacht. Nu de gelijkheid tussen de seksen van officiële zijde was opgelegd, kon je verwachten dat de schoolkinderen zouden rebelleren en voor hun vrijheid zouden opkomen door met opzet een andere richting op te gaan. In plaats daarvan bleven ze in het traditionele hokje.

Kort samengevat: er zijn psychische taken waarvoor mannen van nature beter geschikt zijn. en andere die beter passen bij vrouwen. Wie dat negeert omwille van de modieuze mythe dat het seksistisch zou zijn, doet beide seksen groot onrecht.

De psychische verschillen tussen de seksen liggen de laatste jaren zo gevoelig vanwege de angst voor oversimplificatie, waarbij de ene sekse wordt bestempeld als intelligenter dan de andere. Daarvan is duidelijk geen sprake, maar er is één intrigerend verschil naar voren gekomen dat wel van doen heeft met algemene intelligentie en niet met gespecialiseerde intelligentie: de frequentie van genialiteit bij individuen.

Men zegt wel dat in het verleden mensen die werden gezien als genieën bijna altijd mannelijk waren, en dat dit niet alleen is veroorzaakt door de mannelijke dominantie. De redenatie is als volgt: om te slagen op het allerhoogste niveau, moetje geobsedeerd zijn tot op de rand van het waanzinnige, en moet je in staat zijn om alle afleiding van vrienden en familie, waar gewone mensen niet omheen kunnen, te negeren. Genieën leiden een chaotisch, problematisch leven, waarbij hun enorme talent leidt tot allerlei sociale en psychische problemen, met vaak dramatische gevolgen. De mannelijke leefwijze is gunstiger voor dit in wezen egoïstische gedrag dan de vrouwelijke. Bovendien trekt het genie zich niks aan van het gezonde verstand en het vermogen om zich bezig te houden met meerdere dingen tegelijk, wat sterk vrouwelijke kwaliteiten zijn. Het genie moet op irrationele wijze gericht zijn op één ding, en dat past beter bij de mannelijke aard.

Voortbordurend op dit thema wordt er wel gesuggereerd dat, als je de verschillende intelligentieniveaus van grote groepen volwassenen bekijkt, er een typisch mannelijk en een typisch vrouwelijk patroon bestaat. Net als bij de speciale capaciteiten kun je niet spreken van een 'superieure' en een 'inferieure' sekse. In plaats daarvan is de frequentie verschillend. De mannelijke 'intelligentiecurve' is breder en lager dan die van de vrouw. Dat betekent dat er niet alleen meer mannelijke genieën zijn, maar ook dat er, aan de andere kant van de schaal, meer mannelijke stomkoppen zijn. De vrouwelijke schaal is smaller en hoger. Met andere woorden, als je intelligentie verdeelt in drie niveaus - geniaal, intelligent en dom - dan zul je meer mannen aantreffen aan de extreme uiteinden (het geniale en het domme niveau) en meer vrouwen in het midden (het intelligente niveau).

Het is moeilijk om deze redenatie wetenschappelijk te onderbouwen, want er zijn veel subjectieve elementen bij betrokken. Een don uit Cambridge, Charles Goodhart, heeft de examenresultaten bestudeerd van grote groepen mannelijke en vrouwelijke studenten. Wat ontdekte hij?'Mannen zijn oververtegenwoordigd bij de hoogste cijfers - en bij de laagste. De vrouwen zitten samengepakt in het midden. Ze krijgen bijna allemaal een voldoende tot een ruime voldoende - er zijn minder uitblinkers en minder stomkoppen.'

Er werd hevig geprotesteerd tegen zijn bevindingen, maar hij wees erop dat het in genetische zin logisch is: vrouwen hebben twee X-chromosomen, terwijl mannen één X- en één Y-chromosoom hebben, waardoor er bij mannen meer variatie bestaat. Hij opperde dat dat verschil bij andere kwaliteiten ook bestond. Zo zouden er grotere onderlinge verschillen moeten bestaan in lichaamslengte bij mannen - wat inderdaad het geval is. 'Er bestaan heel lange mannen en heel kleine mannen; vrouwen zijn vaker van hetzelfde laken een pak.'

Het moet gezegd worden dat een grotere psychische variatie bij' mannen ook in evolutionaire zin logisch is. Vrouwen zijn veel te belangrijk voor de voortplanting om veel risico's mee te nemen. Daarom blijven zij veiligheidshalve gewoon 'intelligent', waardoor de veiligheid van hun kinderen ook wordt vergroot. Mannen zijn beter vervangbaar wat betreft de voortplanting, dus is het in genetische zin nuttig om met hen te 'experimenteren', zodat er een grote spreiding van psychische types blijft bestaan. Daardoor zal er regelmatig sprake zijn van excentrieke of buitengewone mannelijke hersens, die de creatieve druk instandhouden en zorgen voor een belangrijke vernieuwing waardoor de menselijke soort
weer een stap verder komt in haar ontwikkeling. Als er af en toe een 'experiment' mislukt en het genie gek wordt, is er wat betreft de algemene voortplanting weinig verloren.

De verdeling van psychische arbeid, als die op een biologisch niveau werkelijk bestaat, zou een efficiënte manier zijn om het nageslacht op een veilige manier groot te brengen, en tegelijkertijd op een onveilige manier een toekomst uit te denken.

Besluit: anders, maar gelijkwaardig

Dit zijn enkele van de belangrijke biologische verschillen tussen mannen en vrouwen. Sommige zijn directe seksuele signalen waardoor mannen herkenbaar zijn als man, en vrouwen als vrouw. Andere kunnen worden verklaard door te verwijzen naar de verdeling van taken in de oertijd die zich binnen onze soort heeft ontwikkeld, waarbij de man jaagt en de vrouw verzamelt en kinderen baart; waarbij mannen zijn gebouwd op snelheid en kracht, en vrouwen op uithoudingsvermogen en moederschap. De combinatie van deze verschillende vormen van pressie heeft onze lichamen gevormd en de lichamen van de volwassen man en de volwassen vrouw geschapen zoals we ze nu kennen, in al hun subtiele pracht.